MIG lassen (proces 131/135) gebruikt een automatisch aangevoerde draadelektrode en is snel en productief, ideaal voor dikkere plaat en serieproductie. TIG lassen (proces 141) werkt met een niet-afsmeltende wolfraamelektrode en losse toevoegdraad, en levert de hoogste kwaliteit op dun materiaal en RVS. TIG is nauwkeuriger maar langzamer; MIG is sneller maar grover.
Kort samengevat
- MIG (ISO 4063: 131/135) is een halfautomatisch proces met continu aangevoerde draad: snel en productief.
- TIG (ISO 4063: 141) gebruikt een wolfraamelektrode en handmatige toevoegdraad: precies en schoon.
- TIG geeft de beste laskwaliteit op dun plaat, RVS en aluminium; MIG wint op dikte en productiesnelheid.
- MIG is makkelijker aan te leren; TIG vereft meer vaardigheid en tweehandige coördinatie.
- Kies op basis van materiaaldikte, gewenste kwaliteit, aantal stuks en beschikbaar budget.
- Beide processen bestaan naast MMA (elektrode) en zijn niet universeel het 'beste' proces.
Wat is het verschil tussen MIG en TIG lassen?
Het fundamentele verschil zit in de elektrode en de manier waarop het toevoegmateriaal in het smeltbad komt. Bij MIG/MAG lassen (Metal Inert/Active Gas, ISO 4063-procesnummers 131 en 135) is de elektrode zélf een continu aangevoerde metaaldraad die afsmelt en het smeltbad vult. Bij TIG lassen (Tungsten Inert Gas, ISO 4063-procesnummer 141, in de VS bekend als GTAW) gebruik je een niet-afsmeltende wolfraamelektrode die alleen de vlamboog levert; het toevoegmateriaal breng je apart met de hand aan via een losse lasstaaf.
Beide processen zijn gasbeschermd booglassen: een inert of actief beschermgas (argon, argon/CO₂-mengsel of zuiver CO₂) schermt het smeltbad af tegen zuurstof en stikstof uit de lucht. Zonder die bescherming ontstaan poriën en oxidatie. Het verschil in gastype en elektrode bepaalt vervolgens de snelheid, de warmte-inbreng, het uiterlijk van de las en de moeilijkheidsgraad.
Kort samengevat: MIG is het werkpaard voor snelheid en dikkere secties, TIG is het precisie-instrument voor dunne, zichtbare en kritische lassen. Wie het gewicht en materiaalverbruik van een lasconstructie wil inschatten, kan dat vooraf doen met een gewicht berekenen tool.
MIG vs TIG lassen: vergelijkingstabel
| Criterium | MIG/MAG (131/135) | TIG (141) |
|---|---|---|
| Elektrode | Afsmeltende draad (continu) | Niet-afsmeltend wolfraam |
| Toevoegmateriaal | Zit in de draad | Losse staaf, met de hand |
| Beschermgas | Ar/CO₂-mengsel of CO₂ (MAG), argon (MIG) | Argon of argon/helium (altijd inert) |
| Lassnelheid | Hoog | Laag tot matig |
| Warmte-inbreng | Hoger, meer vervorming | Beheerst, minder vervorming |
| Laskwaliteit/uiterlijk | Goed, grover | Zeer hoog, schoon |
| Minimale plaatdikte | circa 0,8–1,0 mm | vanaf circa 0,3–0,5 mm |
| Ideale dikte | 2–15 mm en dikker | 0,5–6 mm |
| Leercurve | Kort, snel productief | Lang, veel oefening |
| Spatvorming | Aanwezig (vooral MAG) | Vrijwel geen |
| Materialen | Staal, RVS, aluminium | Staal, RVS, aluminium, titaan, koper, nikkel |
Wanneer kies je voor MIG lassen?
MIG/MAG lassen is de logische keuze wanneer productiviteit en dikte vooropstaan. Doordat de draad automatisch wordt aangevoerd, hoef je maar met één hand het pistool te sturen en kun je lange rupsen in één beweging leggen. Dat maakt het proces snel en relatief eenvoudig aan te leren.
Voordelen van MIG lassen
- Hoge lassnelheid en depositiesnelheid, ideaal voor serieproductie en lange naden.
- Korte leercurve: beginners leggen binnen dagen bruikbare lassen.
- Geschikt voor dikkere plaat (vanaf circa 2 mm tot ver boven 15 mm met meerdere lagen).
- Goed te mechaniseren en robotiseren.
- Werkt op staal, RVS en aluminium (met aangepaste draad en gas).
Nadelen van MIG lassen
- Grovere las en meer spatvorming, vooral bij MAG met CO₂.
- Hogere warmte-inbreng geeft meer vervorming bij dun materiaal.
- Minder controle over het smeltbad op zeer dunne plaat (doorbrandgevaar).
- Gevoelig voor tocht: het beschermgas waait weg, dus buiten lassen is lastig.
- Bindingsfouten (koudlas) zijn bij verkeerde instelling niet altijd zichtbaar.
Typische toepassingen zijn staalbouw, chassis- en aanhangerbouw, machineframes, hekwerk en algemene plaatbewerking. Voor het inschatten van benodigd staal en profielgewicht is een staalgewicht calculator handig bij de calculatie.
Wanneer kies je voor TIG lassen?
TIG lassen is het proces voor kwaliteit, precisie en dun materiaal. Doordat je de warmte (met een pedaal of knop) en de toevoegdraad afzonderlijk regelt, heb je maximale controle over het smeltbad. Dat levert nette, oxidevrije lassen op zonder spatten en met minimale nabewerking.
Voordelen van TIG lassen
- Hoogste laskwaliteit: schone, gladde rupsen die vaak niet nabewerkt hoeven worden.
- Geschikt voor zeer dun materiaal vanaf circa 0,3–0,5 mm.
- Lage, beheersbare warmte-inbreng en dus minder vervorming.
- Breed materiaalbereik: RVS, aluminium, titaan, koper, nikkellegeringen.
- Vrijwel geen spatten, ideaal voor zichtbare en hygiënische lassen (voedsel, farma).
Nadelen van TIG lassen
- Lage lassnelheid: arbeidsintensief en duurder per meter.
- Steile leercurve: vereist tweehandige coördinatie en veel oefening.
- Hogere eisen aan voorbewerking: het materiaal moet schoon en vetvrij zijn.
- Op dikke plaat inefficiënt door lage depositie.
- Voor aluminium is een AC-bron nodig; niet elk apparaat kan dit.
TIG is de standaard voor RVS-leidingwerk, voedsel- en farma-installaties, aluminium constructies, dunwandige buizen, luchtvaart en alle toepassingen waar de las later zichtbaar of kritisch is. Voor buisconstructies helpt een buisgewicht berekening bij het bepalen van materiaal en kosten.
Welk proces geeft de sterkste las?
Een veelvoorkomende misvatting is dat TIG per definitie een 'sterkere' las geeft. De sterkte van een las hangt vooral af van de juiste voorbewerking, warmte-inbreng, doorlassing en het geschikte toevoegmateriaal, niet zozeer van het proces zelf. Zowel MIG als TIG kunnen lassen produceren die de sterkte van het basismateriaal benaderen, mits correct uitgevoerd volgens een gekwalificeerde lasmethodebeschrijving (WPS conform ISO 15614-1).
Wel geldt: TIG produceert door de lagere warmte-inbreng en de schone boog doorgaans een las met minder poriën en insluitingen, wat gunstig is voor de vermoeiingssterkte en corrosiebestendigheid. MIG kan bij hoge belasting en dikke secties juist voordeel bieden door betere doorlassing en meerlagentechniek. De keuze 'sterkte' valt dus samen met de keuze materiaal, dikte en belasting.
Wat kost MIG vs TIG lassen?
De kosten worden bepaald door apparatuur, verbruiksmaterialen en vooral arbeidstijd. Onderstaande tabel geeft een indicatieve bandbreedte voor de Nederlandse markt; werkelijke prijzen variëren per merk, kwaliteit en inkoop.
| Kostenpost | MIG/MAG | TIG |
|---|---|---|
| Hobby-/instapapparaat | circa € 300–800 | circa € 400–900 |
| Professioneel apparaat | circa € 1.500–5.000+ | circa € 2.000–6.000+ |
| Verbruik (draad/gas) | Laag per meter | Hoger door tijd/argon |
| Arbeidskosten per meter | Laag (snel) | Hoog (langzaam) |
| Beschermgas | Ar/CO₂-mengsel (goedkoper) | Argon (duurder) |
De grootste kostendrijver is arbeidstijd. Omdat TIG aanzienlijk langzamer is, kan een TIG-las al gauw twee tot vier keer duurder per meter uitvallen dan een vergelijkbare MIG-las, ondanks vergelijkbare apparaatprijzen. Voor grote series of lange naden weegt dat zwaar; voor een enkele zichtbare RVS-las is het verschil verwaarloosbaar.
MIG of TIG voor RVS en aluminium?
RVS lassen
Voor RVS geeft TIG het mooiste en corrosiebestendigste resultaat: schone lassen met minimale verkleuring, wat belangrijk is voor hygiënische toepassingen. Bij dikker RVS of grotere series is MIG (met bijpassende RVS-draad en een argon/CO₂- of argon/zuurstofmengsel, waarbij het CO₂-percentage laag blijft) een efficiënt alternatief. Belangrijk bij RVS is de backing gas (spoelgas) aan de achterzijde om oxidatie te voorkomen, en het beperken van de warmte-inbreng om chroomcarbidevorming (sensibilisatie) te vermijden.
Aluminium lassen
Voor aluminium is een schone oxidehuid cruciaal, omdat het aluminiumoxide een veel hoger smeltpunt heeft dan het aluminium zelf. TIG met wisselstroom (AC) breekt die oxidelaag op en levert nette lassen, ideaal voor dun tot middeldik aluminium. Voor dikkere aluminiumsecties of hogere productie is MIG met een spoolgun of push-pull-systeem en zuiver argon efficiënter, omdat de zachte aluminiumdraad anders vastloopt in een lange slang.
Welke veiligheids- en normeisen gelden?
Beide processen vallen onder dezelfde arbo- en kwaliteitskaders. Belangrijke referenties zijn ISO 4063 (procesnummering: 131/135 voor MIG/MAG, 141 voor TIG), ISO 9606-1 (kwalificatie van lassers voor staal), ISO 15614-1 (kwalificatie van lasmethoden) en ISO 3834 (kwaliteitseisen voor smeltlassen). Voor de constructieve staalbouw geldt de EN 1090-serie.
Qua veiligheid produceren beide processen lasrook, uv-straling en hitte. Vanaf de aangescherpte grenswaarden voor lasrook in Nederland is bronafzuiging vaak verplicht, zeker bij RVS (chroom-6). Persoonlijke bescherming (automatische lashelm met de juiste tint volgens EN 379, hittebestendige kleding en handschoenen) is bij beide onmisbaar. TIG geeft minder rook maar sterkere uv-straling; MIG geeft meer rook en spatten.
Veelgemaakte keuzefouten
- MIG kiezen voor dun RVS-plaatwerk dat zichtbaar blijft: je krijgt vervorming, spatten en verkleuring die veel nabewerking kosten. TIG is hier passender.
- TIG kiezen voor lange dikke staalnaden in serie: technisch prima, maar economisch onhaalbaar door de lage snelheid.
- Verkeerd beschermgas: TIG vereist altijd inert gas (argon); zuiver CO₂ of een mengsel verwoest de wolfraamelektrode.
- Aluminium op DC-TIG willen lassen: zonder AC breek je de oxidelaag niet en krijg je een vuile, poreuze las.
- Onderschatten van de TIG-leercurve: TIG vereist tweehandige coördinatie en oefening; verwacht geen directe topkwaliteit.
- Materiaal niet reinigen: vooral bij TIG en aluminium veroorzaken vet, vocht en oxide direct poriën en bindingsfouten.
Samengevat: welke moet je kiezen?
Kies MIG/MAG als je snel, veel en op dikker materiaal wilt lassen, als de las niet per se zichtbaar hoeft te zijn en als je snel productief wilt zijn. Kies TIG als kwaliteit, uiterlijk en dun of kritisch materiaal (RVS, aluminium, titaan) doorslaggevend zijn en de snelheid ondergeschikt is aan het resultaat. In de praktijk beschikken veel bedrijven over beide processen en selecteren ze per klus op basis van materiaal, dikte, aantal stuks en kwaliteitseis. Een goede vuistregel: zichtbaar en dun → TIG; verborgen en dik → MIG.
Veelgestelde vragen
Is TIG lassen sterker dan MIG lassen?
Niet automatisch. De sterkte hangt af van voorbewerking, warmte-inbreng, doorlassing en toevoegmateriaal, niet van het proces zelf. Beide kunnen de sterkte van het basismateriaal benaderen. TIG geeft doorgaans wel een schonere las met minder poriën, wat gunstig is voor vermoeiing en corrosie.
Wat is makkelijker te leren, MIG of TIG?
MIG is aanzienlijk makkelijker. De draad wordt automatisch aangevoerd, dus je stuurt met één hand het pistool en legt binnen enkele dagen bruikbare lassen. TIG vereist tweehandige coördinatie (boog én toevoegdraad) plus warmteregeling en kost weken tot maanden oefening voor consistente kwaliteit.
Kun je met beide processen RVS en aluminium lassen?
Ja. Voor dun RVS en aluminium heeft TIG de voorkeur vanwege de schone, nette las; voor aluminium is dan wel wisselstroom (AC) nodig. Voor dikker materiaal of grotere series is MIG efficiënter, met bijpassende draad, het juiste beschermgas en bij aluminium een spoolgun of push-pull-systeem.
Welk beschermgas gebruik je bij MIG en TIG?
TIG gebruikt altijd een inert gas, meestal zuiver argon (soms argon/helium). MIG gebruikt argon voor non-ferro, terwijl MAG voor staal een argon/CO₂-mengsel of zuiver CO₂ gebruikt. Zuiver CO₂ of mengsels zijn ongeschikt voor TIG omdat ze de wolfraamelektrode verbranden.
Welk proces is goedkoper?
De apparaatprijzen liggen dicht bij elkaar, maar MIG is per meter las goedkoper doordat het veel sneller is en dus minder arbeidstijd kost. TIG kan door de lage snelheid twee tot vier keer duurder per meter uitvallen. Voor series en lange naden is MIG kostentechnisch voordeliger.
Wat betekenen de procesnummers 131, 135 en 141?
Dit zijn de ISO 4063-procesnummers. 131 is MIG-lassen met inert gas, 135 is MAG-lassen met actief gas, en 141 is TIG-lassen (WIG/GTAW). Deze nummers worden gebruikt op lasmethodebeschrijvingen (WPS) en lasserskwalificaties volgens ISO 9606-1 en ISO 15614-1.