Werken op een ladder is volgens VCA en de Arbowet alleen toegestaan als kortdurend, licht werk waarbij een steiger of hoogwerker redelijkerwijs niet haalbaar is. De ladder moet gekeurd (NEN-EN 131) en stabiel opgesteld zijn onder circa 75° en veilig belast worden.
Kort samengevat
- Een ladder is een toegangsmiddel; werken erop mag alleen kortdurend en bij laag risico.
- Ladders moeten voldoen aan NEN-EN 131 en periodiek (minimaal jaarlijks) worden geïnspecteerd.
- Opstelhoek circa 75°, uitsteek van minimaal 1 meter boven de instapplek.
- De arbeidshygiënische strategie eist eerst betere alternatieven (steiger, hoogwerker) te overwegen.
Wat betekent werken op een ladder binnen VCA?
Binnen VCA (Veiligheid, Gezondheid en Milieu Checklist Aannemers) wordt een ladder primair gezien als een toegangsmiddel om een hoger niveau te bereiken, niet als een volwaardig werkplatform. Werken vanaf een ladder is toegestaan, maar alleen onder strikte voorwaarden: het werk moet kortdurend zijn, licht van aard en met een beperkt valrisico. Dit sluit aan bij het Arbobesluit (artikel 7.23) dat draagbaar klimmaterieel reguleert.
Het uitgangspunt is de arbeidshygiënische strategie: eerst wordt beoordeeld of het risico van hoogte kan worden weggenomen of vervangen door een veiliger alternatief zoals een rolsteiger, hoogwerker of vaste steiger. Pas wanneer die redelijkerwijs niet inzetbaar zijn, mag een ladder als werkplek dienen.
Wanneer mag je volgens VCA op een ladder werken?
De ladder mag als werkplek worden gebruikt als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- Het gaat om kortdurend werk (in de praktijk vaak richtlijn maximaal circa 2 uur per dag op één positie).
- De uit te oefenen kracht is beperkt (licht handgereedschap, geen zware materialen).
- Er kan met minimaal één hand worden vastgehouden of er is een stabiele steun.
- Er wordt niet verder gereikt dan een armlengte; de heupen blijven binnen de ladderbomen.
- De werkhoogte is beperkt; boven circa 7,5 meter standhoogte gelden aanvullende eisen.
Aan welke eisen moet een ladder voldoen?
Draagbare ladders moeten voldoen aan de norm NEN-EN 131. Sinds 2018 kent deze norm een onderscheid tussen professioneel gebruik (aanduiding "Professional") en huishoudelijk gebruik. Voor werk onder VCA is uitsluitend de professionele klasse toegestaan.
| Aspect | Eis / richtwaarde |
|---|---|
| Norm | NEN-EN 131 (professioneel) |
| Opstelhoek | circa 75° (verhouding 1:4) |
| Uitsteek boven instapniveau | minimaal 1 meter |
| Inspectiefrequentie | minimaal jaarlijks, plus visuele controle voor gebruik |
| Ondergrond | vlak, stabiel, niet glad |
Hoe controleer je een ladder voor gebruik?
Voor elk gebruik wordt een visuele inspectie uitgevoerd: controleer op scheuren, vervormde bomen, ontbrekende of losse sporten, beschadigde antislipvoeten en de werking van eventuele spreidbeveiliging. Een beschadigde ladder wordt direct uit gebruik genomen en gemarkeerd. Documenteer de periodieke keuring met een keuringssticker of -label.
Hoe stel je een ladder veilig op?
Plaats de ladder onder de juiste hoek (circa 75°) op een stabiele, egale ondergrond. Zorg dat de ladder niet kan wegglijden door borging boven- of onderaan, of laat de ladder vasthouden door een tweede persoon bij korte werkzaamheden. Bij een steunladder tegen een gevel moet de bovenzijde stevig aanliggen tegen een dragend oppervlak. Werk nooit vanaf de bovenste drie sporten van een steunladder.
Voor het bepalen van de belasting van constructies waarop of waarmee gewerkt wordt, en voor materiaalgewichten, zijn onze rekentools beschikbaar. Wie het gewicht van te heffen of te dragen materialen wil bepalen, kan de gewichtcalculator gebruiken.
Welke persoonlijke beschermingsmiddelen zijn nodig?
Bij standaard ladderwerk worden veiligheidsschoenen met goede grip gedragen. Bij hoger gelegen of risicovoller werk kan aanvullende valbeveiliging vereist zijn; in dat geval is een ladder vaak niet meer het geschikte middel en moet een alternatief worden overwogen. Zie ook de eisen rond valbeveiliging op hoogte.
Veelgemaakte fouten bij werken op een ladder
- Te ver reiken waardoor het zwaartepunt buiten de ladder komt.
- Zware of onhandige lasten meedragen tijdens het klimmen.
- Ladder op een instabiele of gladde ondergrond plaatsen.
- Werken op een ongekeurde of beschadigde ladder.
- Ladder gebruiken als volwaardig werkplatform in plaats van steiger of hoogwerker.
Veelgestelde vragen
Tot welke hoogte mag je op een ladder werken volgens VCA?
Er is geen absolute wettelijke maximumhoogte, maar boven circa 7,5 meter standhoogte gelden aanvullende maatregelen. Het werk moet altijd kortdurend en licht zijn; bij grotere hoogte of langere duur is een steiger of hoogwerker vereist.
Moet een ladder gekeurd zijn om onder VCA te mogen werken?
Ja. Een ladder moet voldoen aan NEN-EN 131 (professioneel) en periodiek, minimaal jaarlijks, worden gekeurd. Daarnaast is een visuele controle voor elk gebruik verplicht. Ongekeurde of beschadigde ladders mogen niet gebruikt worden.
Wat is de juiste opstelhoek van een ladder?
De aanbevolen opstelhoek is circa 75 graden, wat overeenkomt met een verhouding van 1:4 tussen de afstand van de voet tot de muur en de werkhoogte. De ladder moet minimaal 1 meter boven het instapniveau uitsteken.