Subsidies voor de maakindustrie 2026: compleet overzicht ISDE WBSO en meer

Subsidies voor de maakindustrie 2026: alle regelingen op een rij

De Nederlandse maakindustrie heeft toegang tot uitgebreide subsidies maakindustrie regelingen die innovatie, duurzaamheid en groei stimuleren. Met een totaal subsidiebudget van meer dan 3 miljard euro voor de industrie in 2026, bieden deze financieringsmogelijkheden ongekende kansen voor productiebedrijven. Van onderzoek en ontwikkeling tot digitalisering en energietransitie – voor elke fase van bedrijfsontwikkeling zijn er specifieke subsidies beschikbaar.

Het Nederlandse subsidiestelsel kent verschillende doelgroepen en toepassingsgebieden. Zowel startups als gevestigde productieondernemingen kunnen profiteren van deze financiële ondersteuning. De complexiteit van het aanbod vraagt echter om gedegen voorbereiding en kennis van deadlines, voorwaarden en aanvraagprocedures.

ISDE subsidie: innovatie en marktintroductie

De Innovatie Stimulering Duurzame Energie (ISDE) subsidie ondersteunt de maakindustrie bij het ontwikkelen en marktrijp maken van duurzame energietechnologieën. Deze regeling richt zich specifiek op innovatieve oplossingen die bijdragen aan de energietransitie en klimaatdoelstellingen.

De ISDE kent drie verschillende categorieën: haalbaarheidsstudies, industrieel onderzoek en experimentele ontwikkeling. Voor haalbaarheidsstudies bedraagt het subsidiepercentage 50% van de subsidiabele kosten, met een maximum van €100.000 per project. Industrieel onderzoek komt in aanmerking voor 65% subsidie bij kleine ondernemingen, 55% bij middelgrote bedrijven en 45% bij grote organisaties.

Experimentele ontwikkeling, de meest geavanceerde fase, wordt gesubsidieerd voor 45% bij kleine ondernemingen, 35% bij middelgrote bedrijven en 25% bij grote ondernemingen. Het minimale projectbudget bedraagt €500.000, terwijl het maximum kan oplopen tot €15 miljoen per project. Deze genereuze budget maakt grootschalige innovatieprojecten mogelijk.

Voor de maakindustrie zijn vooral projecten interessant die zich richten op energieopslagtechnologie, slimme productiesystemen, hernieuwbare energiebronnen in productieprocessen en energiezuinige fabricagemethoden. De aanvraagdeadlines vallen doorgaans in maart en september, met een doorlooptijd van ongeveer vier maanden voor de beoordeling.

Meer informatie over deze regeling vindt u op de pagina ISDE subsidie aanvragen.

WBSO: belastingvoordeel voor R&D-activiteiten

De Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) biedt aantrekkelijke fiscale voordelen voor onderzoek- en ontwikkelingsactiviteiten in de maakindustrie. Dit instrument verlaagt de loonkosten en andere R&D-uitgaven door middel van belastingreductie.

Voor 2026 bedraagt het WBSO-tarief 32% over de eerste €350.000 aan loonkosten voor speur- en ontwikkelingswerk, en 16% over het meerdere. Dit betekent dat een productiebedrijf dat €500.000 investeert in R&D, kan rekenen op een belastingvoordeel van €136.000. Naast loonkosten komen ook andere kosten in aanmerking, zoals materialen, apparatuur en externe advisering.

Startende ondernemers (startersaftrek) profiteren van extra voordelen gedurende de eerste drie jaar. Zij ontvangen gedurende deze periode een verhoogd tarief voor de eerste schijf. Voor de maakindustrie zijn vooral projecten relevant die zich richten op nieuwe productietechnieken, materiaalontwikkeling, automatisering en digitalisering van productieprocessen.

Kostencategorie Tarief eerste schijf (32%) Tarief tweede schijf (16%) Maximum bedrag
Loonkosten R&D Tot €350.000 Boven €350.000 Geen limiet
Andere kosten R&D Tot €350.000 Boven €350.000 Geen limiet
Startersaftrek Extra voordeel jaar 1-3 Standaard tarief 3 jaar geldig

De WBSO-aanvraag kan driemaal per jaar worden ingediend: voor 1 april (voor projecten startend tussen 1 juli en 31 december), voor 1 oktober (voor projecten startend tussen 1 januari en 30 juni van het volgende jaar) en voor 1 december (voor projecten startend tussen 1 april en 30 september van het volgende jaar).

Uitgebreide informatie over de WBSO vindt u op WBSO R&D subsidie.

DEI+ regeling: digitalisering en innovatie

De Digitale Economie Impulse Plus (DEI+) regeling ondersteunt de maakindustrie bij grootschalige digitale transformatie- en innovatieprojecten. Deze regeling vervangt de eerdere MIT-regeling en biedt substantiële financiering voor ambitieuze digitale innovaties.

DEI+ kent drie verschillende instrumenten: DEI+ Demonstratie voor het demonstreren van nieuwe technologieën, DEI+ Internationaal voor internationale samenwerkingsprojecten, en DEI+ Catalyse voor systeeminnovaties. Het subsidiepercentage varieert van 25% tot 45% van de projectkosten, afhankelijk van het type project en de omvang van de onderneming.

Voor demonstratieprojecten bedraagt het minimale budget €1 miljoen, terwijl het maximum kan oplopen tot €15 miljoen per project. Internationale projecten kennen vergelijkbare bandbreedtes, waarbij de nadruk ligt op Europese samenwerking en export van Nederlandse technologie. Catalyseprojecten richten zich op doorbraakinnovaties die hele sectoren kunnen transformeren.

Relevante toepassingsgebieden voor de maakindustrie omvatten kunstmatige intelligentie in productieprocessen, Internet of Things-implementaties, blockchain voor supply chain management, robotica en automatisering, en digital twin technologie. De digitale transformatie subsidie pagina biedt meer details over digitale innovatiemogelijkheden.

De aanvraagprocedure verloopt in twee fases: eerst een beknopte projectschets, gevolgd door een uitgebreide aanvraag bij positieve beoordeling. De doorlooptijd bedraagt gemiddeld zes maanden, waarbij complexe projecten langer kunnen duren.

MIT regeling: van idee tot implementatie

De Maakindustrie Innovatie Toeslag (MIT) faciliteert innovatieprojecten in alle ontwikkelingsfasen, van haalbaarheidsstudies tot marktintroductie. Deze regeling biedt flexibele financieringsmogelijkheden voor productiebedrijven die hun concurrentiekracht willen versterken.

De MIT regeling onderscheidt drie categorieën: industrieel onderzoek (subsidiepercentage tot 65%), experimentele ontwikkeling (tot 45%) en haalbaarheidsstudies (tot 40%). Voor haalbaarheidsstudies geldt een minimum projectbudget van €100.000 en een maximum van €500.000. Industrieel onderzoek en experimentele ontwikkeling kennen hogere drempels, met budgetten vanaf €500.000.

Projecten moeten aantoonbaar bijdragen aan de innovatiekracht van de maakindustrie. Voorbeelden van succesvolle MIT-projecten zijn ontwikkeling van nieuwe materiaaltechnieken, implementatie van duurzame productieprocessen, automatisering van complexe bewerkingen, en ontwikkeling van slimme productiesystemen.

De samenwerking tussen bedrijfsleven en kennisinstellingen wordt extra gestimuleerd. Projecten waarbij universiteiten of hogescholen betrokken zijn, ontvangen vaak een hoger subsidiepercentage. Deze publiek-private samenwerking zorgt voor kennisoverdracht en versterkt de innovatie-ecosysteem.

EIA: energie-investeringsaftrek voor duurzame technologie

De Energie-investeringsaftrek (EIA) biedt fiscale voordelen voor investeringen in energiezuinige en duurzame productiemiddelen. Voor 2026 bedraagt de aftrek 45,5% van de investeringskosten, wat een aanzienlijke kostenbesparing oplevert voor duurzame investeringen.

De EIA-lijst bevat honderden energiezuinige bedrijfsmiddelen die in aanmerking komen voor de regeling. Voor de maakindustrie zijn vooral relevant: energiezuinige motoren en aandrijvingen, hoogefficiënte compressoren, warmtewisselaars, energiebesparende verlichtingssystemen, zonnepanelen en andere hernieuwbare energietechnologie.

Het minimale investeringsbedrag per object bedraagt €2.400, terwijl er geen bovengrens geldt. Bedrijven kunnen de aftrek toepassen in het jaar van investering of spreiden over meerdere jaren. Dit biedt flexibiliteit in de fiscale planning en cashflow management.

Belangrijke voorwaarden zijn dat de investering moet plaatsvinden in een nieuwe, ongebruikte bedrijfsmiddel dat op de EIA-lijst staat. Gebruikte apparatuur komt niet in aanmerking, evenmin als investeringen die worden gesubsidieerd vanuit andere regelingen. De combinatie met andere fiscale voordelen is soms wel mogelijk.

Type investering EIA-percentage Minimum investering Voorwaarden
Energiezuinige motoren 45,5% €2.400 Op EIA-lijst, nieuw
Zonnepanelen 45,5% €2.400 Op EIA-lijst, nieuw
Warmtepompen 45,5% €2.400 Op EIA-lijst, nieuw
LED-verlichting 45,5% €2.400 Op EIA-lijst, nieuw

SDE++: stimulering duurzame energieproductie

De Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++) ondersteunt de maakindustrie bij investeringen in hernieuwbare energieproductie en CO2-reductie. Deze regeling vergoedt het verschil tussen de kostprijs van duurzame energie en de marktprijs van fossiele energie.

Voor productieondernemingen zijn vooral interessant: biomassa-installaties voor proceswarmte, geothermie projecten, grootschalige zonneparken, windenergie op industrieterreinen, en warmte-koudeopslag systemen. De regeling kent verschillende technologiecategorieën met specifieke basisbedragen en maximale subsidiabele bedragen.

De SDE++ werkt met een tender systeem waarbij projecten met de laagste subsidie per eenheid energie voorrang krijgen. Dit stimuleert kostefficiënte oplossingen en marktwerking. Het subsidieplafond voor 2026 bedraagt €13 miljard, verdeeld over meerdere openstellingsrondes.

Aanvragen kunnen alleen worden ingediend tijdens de openstellingsperioden, doorgaans in maart en oktober. De projecten moeten binnen drie jaar na toekenning operationeel zijn. De subsidie wordt uitgekeerd gedurende de gehele exploitatieperiode, doorgaans 12 tot 15 jaar.

Voor complexe industriële toepassingen is het raadzaam om vroegtijdig contact op te nemen met RVO.nl voor advies over de technische vereisten en aanvraagprocedure. De investering in duurzame energieproductie draagt niet alleen bij aan kostenbesparing, maar ook aan de corporate sustainability doelstellingen.

Regionale en Europese subsidiemogelijkheden

Naast nationale regelingen bieden provincies, gemeenten en Europese programma’s aanvullende financieringsmogelijkheden voor maakindustrie bedrijven. Deze regelingen vullen vaak de nationale subsidies aan en kunnen gecombineerd worden voor optimale financieringsstructuren.

Provinciale innovatieprogramma’s ondersteunen specifieke sectoren of regio’s. Noord-Holland stimuleert bijvoorbeeld circulaire economie initiatieven, terwijl Zuid-Holland focust op slimme industrie en robotica. Brabant heeft speciale programma’s voor high-tech industrie en advanced manufacturing. Deze regionale focus zorgt voor maatwerk ondersteuning.

Gemeentelijke regelingen richten zich vaak op vestigingsklimaat verbetering, duurzaamheidsinitiatieven en werkgelegenheidsprojecten. Grote industriesteden als Rotterdam, Eindhoven en Amsterdam hebben specifieke programma’s voor maakindustrie bedrijven. Deze kunnen variëren van grondkorting tot fiscale voordelen.

Europese programma’s zoals Horizon Europe, Digital Europe Programme en LIFE bieden mogelijkheden voor internationale samenwerking en grootschalige innovatieprojecten. De budgetten zijn aanzienlijk, maar de concurrentie is hevig en de administratieve vereisten complex. Voorbereiding en consortium building zijn cruciaal voor succes.

De ontwikkeling van de maakindustrie in 2030 wordt sterk beïnvloed door de beschikbaarheid van deze diverse financieringsmogelijkheden.

Aanvraagstrategie en timing

Een succesvolle subsidieaanvraag vereist zorgvuldige voorbereiding, juiste timing en professionele ondersteuning. De complexiteit van het Nederlandse subsidiestelsel maakt strategische planning onmisbaar voor optimaal resultaat.

De voorbereiding begint met een grondige analyse van het project en de doelstellingen. Welke technische resultaten worden verwacht? Wat is de commerciële haalbaarheid? Hoe draagt het project bij aan maatschappelijke doelen zoals duurzaamheid of werkgelegenheid? Deze vragen vormen de basis voor een overtuigende aanvraag.

Timing is cruciaal omdat de meeste regelingen specifieke deadlines kennen. De WBSO heeft drie jaarlijkse rondes, ISDE kent voorjaars- en najaarsrondes, terwijl SDE++ meestal twee openstellingen per jaar heeft. Een planning die deze cycli integreert, voorkomt gemiste kansen en optimale benutting van beschikbare budgetten.

Projectmanagement en administratie vereisen professionele aanpak. Subsidieverstrekkers stellen hoge eisen aan verantwoording, rapportage en compliance. Een gestructureerde projectorganisatie met duidelijke rollen en verantwoordelijkheden is essentieel. Veel bedrijven schakelen externe adviseurs in voor complexe aanvragen.

Het is verstandig om meerdere regelingen te combineren waar mogelijk. De WBSO kan gecombineerd worden met ISDE of MIT, terwijl EIA parallel kan lopen aan andere investeringssubsidies. Deze stapeling maximaliseert de financiële ondersteuning, maar vereist zorgvuldige coordinatie om dubbele financiering te voorkomen.

Wat zijn de belangrijkste subsidies voor de maakindustrie in 2026?

De belangrijkste subsidies voor de maakindustrie in 2026 zijn WBSO (32%/16% belastingvoordeel voor R&D), ISDE (tot €15 miljoen voor duurzame energie-innovatie), DEI+ (25-45% subsidie voor digitalisering), MIT (40-65% voor innovatieprojecten), EIA (45,5% aftrek voor energiezuinige investeringen), en SDE++ (langdurige vergoeding voor hernieuwbare energie). Het totale subsidiebudget voor de industrie bedraagt meer dan €3 miljard, wat ongekende mogelijkheden biedt voor groei en innovatie.

Hoe hoog is het WBSO percentage voor 2026?

Voor 2026 bedraagt het WBSO percentage 32% over de eerste €350.000 aan loonkosten voor speur- en ontwikkelingswerk, en 16% over het meerdere. Dit betekent dat een bedrijf met €500.000 R&D-kosten kan rekenen op €136.000 belastingvoordeel (€350.000 x 32% + €150.000 x 16%). Startende ondernemers ontvangen gedurende de eerste drie jaar extra voordelen door verhoogde tarieven. De WBSO geldt voor alle R&D-kosten, inclusief lonen, materialen, apparatuur en externe advisering.

Wat is het maximale subsidiebedrag voor ISDE en DEI+ regelingen?

Zowel ISDE als DEI+ kennen een maximum subsidiebedrag van €15 miljoen per project. Voor ISDE geldt dit voor experimentele ontwikkelingsprojecten die zich richten op duurzame energietechnologieën. DEI+ hanteert hetzelfde maximum voor grootschalige digitale innovatie- en demonstratieprojecten. Het minimum projectbudget verschilt: ISDE vereist minimaal €500.000 voor experimentele ontwikkeling, terwijl DEI+ demonstratieprojecten starten vanaf €1 miljoen. Haalbaarheidsstudies binnen ISDE hebben een lager maximum van €100.000.

Kunnen verschillende subsidies gecombineerd worden?

Ja, veel subsidies kunnen gecombineerd worden, maar er gelden belangrijke regels om dubbele financiering te voorkomen. WBSO kan meestal gecombineerd worden met andere regelingen omdat het een fiscaal instrument is. EIA is combineerbaar met subsidies zolang het verschillende kostencategorieën betreft. ISDE en MIT kunnen niet voor hetzelfde project, maar wel voor verschillende onderdelen. SDE++ kan gecombineerd worden met investeringssubsidies. Altijd vooraf checken bij de uitvoeringsorganisaties en transparant melden van andere aangevraagde steun.

Wat zijn de aanvraagdeadlines voor 2026?

De belangrijkste aanvraagdeadlines voor 2026 zijn: WBSO drie keer per jaar (1 april, 1 oktober, 1 december), ISDE tweemaal per jaar (maart en september), DEI+ continue openstelling met periodieke beoordelingsrondes, MIT flexibele deadlines afhankelijk van beschikbaar budget, EIA continue mogelijk gedurende het belastingjaar, en SDE++ tweemaal per jaar (maart en oktober). Het is raadzaam om ruim voor de deadline aan te vragen vanwege de voorbereidingstijd. Sommige regelingen hanteren een ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’ principe.

Welke voorwaarden gelden voor MIT haalbaarheidsprojecten?

MIT haalbaarheidsprojecten moeten voldoen aan strikte criteria: het subsidiepercentage bedraagt maximaal 40% van de projectkosten, het minimum budget is €100.000 en het maximum €500.000. Het project moet technisch en commercieel haalbaar zijn binnen 18 maanden. Er moet sprake zijn van significante technische of commerciële risico’s die het project rechtvaardigen. Samenwerking met kennisinstellingen wordt gestimuleerd en kan leiden tot hogere subsidiepercentages. Het project moet bijdragen aan de innovatiekracht van de Nederlandse maakindustrie en resultaten moeten exploiteerbaar zijn.

Hoe werkt de EIA regeling voor productieapparatuur?

De EIA regeling biedt 45,5% fiscale aftrek op investeringen in energiezuinige bedrijfsmiddelen die op de officiële EIA-lijst staan. Voor productieapparatuur gelden specifieke voorwaarden: het moet nieuwe, ongebruikte apparatuur betreffen met een minimale investering van €2.400 per object. Relevante categorieën zijn energiezuinige motoren, compressoren, verlichtingssystemen, warmtewisselaars en automatiseringssysteem. De aftrek kan in het investeringsjaar worden toegepast of gespreid over meerdere jaren. Combinatie met andere subsidies is meestal niet mogelijk voor dezelfde investering.

Welke rol speelt duurzaamheid in de subsidieregelingen 2026?

Duurzaamheid vormt een centrale pijler in de subsidieregelingen voor 2026, met meer dan 60% van het budget gereserveerd voor groene innovatie en energietransitie. ISDE focust volledig op duurzame energie-innovaties, SDE++ stimuleert hernieuwbare energieproductie en CO2-reductie, EIA bevordert energiezuinige investeringen, en DEI+ prioriteert digitale oplossingen die duurzaamheid ondersteunen. Ook WBSO en MIT geven voorkeur aan projecten met aantoonbare milieubaten. Deze focus weerspiegelt de Nederlandse klimaatambities en de Green Deal doelstellingen, waarbij de maakindustrie een sleutelrol speelt in de transitie naar een circulaire economie.

Luister ook naar de Podcast over de Maakindustrie — elke week nieuwe inzichten uit de industrie.

Terug naar home