Lassen: technieken, processen en toepassingen

Lassen is het permanent verbinden van materialen (meestal metalen) door ze plaatselijk te smelten, al dan niet met toevoegmateriaal, zodat na stolling een homogene verbinding ontstaat. De belangrijkste processen zijn MIG/MAG, TIG en elektrode (MMA), elk met eigen toepassingen en normen.

Kort samengevat

  • Lassen creëert een onlosmakelijke verbinding door smelten en stollen van het basismateriaal.
  • MIG/MAG, TIG en MMA zijn de meest gebruikte booglasprocessen in de maakindustrie.
  • Laskwaliteit wordt geborgd via normen als ISO 3834, ISO 9606 (lasserskwalificatie) en ISO 15614 (procedurekwalificatie).
  • Materiaal, plaatdikte en toepassing bepalen de keuze van proces, toevoegmateriaal en beschermgas.

Wat is lassen precies?

Lassen is een verbindingstechniek waarbij twee of meer werkstukken plaatselijk worden verhit tot smelttemperatuur, waarna ze na stolling één geheel vormen. In de meeste gevallen wordt toevoegmateriaal (lasdraad of elektrode) toegevoegd om de las te vullen. In tegenstelling tot solderen wordt bij lassen het basismateriaal zélf gesmolten, waardoor een sterkere en homogenere verbinding ontstaat.

Lassen wordt vrijwel overal in de maakindustrie toegepast: van staalconstructies en machinebouw tot pijpleidingen, drukvaten en de auto-industrie. De verbinding moet doorgaans dezelfde of vergelijkbare mechanische eigenschappen hebben als het basismateriaal.

Welke lasprocessen zijn er?

De meest gebruikte processen zijn booglasprocessen, waarbij een elektrische lichtboog de warmte levert. De belangrijkste varianten:

ProcesNorm-aanduidingToepassing
MIG/MAG (afgeschermd draadlassen)135/136 (MAG), 131 (MIG)Staal en aluminium, hoge productiviteit
TIG (WIG)141RVS, aluminium, dun plaatwerk, hoge kwaliteit
MMA (elektrode/beklede staaf)111Montage, buiten, dikker materiaal
Onderpoederdek (SAW)121Dikke platen, seriematige constructie

Wanneer kies je MIG/MAG?

MIG/MAG (procesnummers volgens ISO 4063) is ideaal voor productiewerk vanwege de hoge lassnelheid en continue draadaanvoer. MAG gebruikt actief gas (CO₂ of Ar/CO₂-mengsels) voor staal; MIG gebruikt inert gas (argon of argon/helium) voor aluminium en RVS.

Wanneer is TIG de betere keuze?

TIG-lassen levert de hoogste laskwaliteit en een strak lasbeeld, met controle over de warmte-inbreng. Het is de standaard voor dunwandig RVS, aluminium en toepassingen met hoge eisen aan corrosiebestendigheid of uitstraling, zoals voedingsmiddelen- en farmaceutische installaties.

Welke normen zijn belangrijk bij lassen?

Voor kwaliteitsborging gelden internationale normen. ISO 3834 beschrijft de kwaliteitseisen voor smeltlassen. ISO 9606-1 regelt de kwalificatie van lassers voor staal, terwijl ISO 15614 de laskwalificatie (WPQR/pWPS) behandelt. Voor dragende staalconstructies is EN 1090 verplicht binnen de EU, met uitvoeringsklassen EXC1 t/m EXC4.

Waar moet je op letten bij lassen?

  • Materiaalkeuze: koolstofstaal, RVS en aluminium vragen elk om ander toevoegmateriaal en beschermgas.
  • Warmte-inbreng en vervorming: te veel warmte veroorzaakt kromtrekken en spanning; voorwarmen kan bij dik of hardbaar staal nodig zijn.
  • Lasnaadvoorbereiding: de juiste naadvorm (I-, V- of X-naad) hangt af van plaatdikte en toegankelijkheid.
  • Gewicht en materiaalgebruik: bepaal vooraf het profiel- of plaatgewicht met onze gewichtcalculator en controleer materiaaldiktes.

Voor het inschatten van materiaalhoeveelheden en kosten van een geconstrueerd product kan een plaatgewicht-tool uitkomst bieden. Bij twijfel over materiaaleigenschappen is onze staalsoorten-overzicht een nuttig vertrekpunt.

Welke lasfouten komen het meest voor?

Typische afwijkingen (beoordeeld volgens ISO 5817) zijn poriën, bindingsfouten, onvolledige doorlassing, inbrandkerven en scheuren. Deze worden opgespoord met visuele inspectie (VT), penetrantonderzoek (PT), röntgen (RT) of ultrasoon onderzoek (UT). De acceptatiegrenzen hangen af van het gekozen kwaliteitsniveau (B, C of D).

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen MIG en MAG lassen?

Bij MIG-lassen wordt een inert (niet-reactief) gas gebruikt, zoals argon, geschikt voor aluminium en RVS. Bij MAG-lassen wordt een actief gas gebruikt (CO₂ of een argon/CO₂-mengsel), bedoeld voor ongelegeerd en laaggelegeerd staal. De apparatuur is verder vergelijkbaar.

Welke lasmethode is het sterkst?

De sterkte hangt niet zozeer af van de methode maar van correcte uitvoering, toevoegmateriaal en warmte-inbreng. Bij een goed uitgevoerde las heeft de verbinding minstens dezelfde sterkte als het basismateriaal. TIG geeft de hoogste kwaliteit; onderpoederdek en MAG bieden hoge productiviteit bij dik materiaal.

Heb ik een certificaat nodig om te mogen lassen?

Voor hobbywerk niet, maar voor professionele of dragende constructies wel. Lassers moeten gekwalificeerd zijn volgens ISO 9606, en bedrijven die dragende staalconstructies leveren binnen de EU moeten voldoen aan EN 1090 met bijbehorende procedurekwalificaties (ISO 15614).

Lees ook

Terug naar home
Lassen: technieken, processen & toepassingen