NieuwsPodcast & Video

WAGO: fabrieken hebben vaak al IoT-data, maar benutten die nog te weinig

RE
Redactie
24 jun 2026 · 9 min leestijd

In de industrie is digitalisering al lang geen onbekend woord meer. Iedereen heeft het over IoT, dashboards, data, slimme productie en voorspellend onderhoud. Toch blijven veel bedrijven hangen in de fase tussen interesse en actie. Volgens Diederik van WAGO komt dat opvallend vaak niet doordat de techniek ontbreekt, maar doordat bedrijven te groot denken, te lang wachten of simpelweg niet zien hoeveel waarde er nu al in hun bestaande installaties verstopt zit.

Dat maakt zijn verhaal interessant. Want waar IoT een paar jaar geleden nog vaak voelde als experiment, ziet hij nu een duidelijke verschuiving. De techniek is volwassen genoeg geworden om niet alleen te testen, maar ook gericht waarde te leveren. De vraag is dus minder óf er iets kan, en steeds vaker: waarom gebeurt het dan nog zo weinig?

IoT klinkt ingewikkeld, maar begint eigenlijk heel eenvoudig

Volgens Diederik draait IoT in de kern om één ding: data uit installaties halen en die data gebruiken om beter te begrijpen wat er in een proces gebeurt. Het gaat om statusinformatie, trends, relaties tussen verschillende signalen en uiteindelijk om de mogelijkheid om slimmer te produceren, efficiënter in te regelen en beter te voorspellen wanneer onderhoud nodig is.

Daarmee wordt IoT geen los technisch speeltje, maar een manier om installaties beter te laten presteren. Bijvoorbeeld door te zien dat temperatuur en energieverbruik tegelijk oplopen terwijl de productie gelijk blijft. Dat soort afwijkingen kan vroeg signaleren dat er iets misgaat, nog voordat een storing echt zichtbaar wordt op de werkvloer.

De grootste denkfout: meteen de hele fabriek willen digitaliseren

Als bedrijven vastlopen in digitalisering, ligt de oorzaak volgens Diederik vaak in de manier waarop ze beginnen. Veel organisaties denken meteen aan het digitaliseren van hun hele fabriek. En juist dat maakt het traject te groot, te zwaar en te abstract. Zijn advies is daarom opvallend nuchter: maak het klein. Kies één asset, één installatie of één terugkerend probleem waar geregeld iets misgaat en bouw daar een eerste use case omheen.

Dat is volgens hem de slimste route, omdat je dan snel waarde zichtbaar kunt maken. Niet met een megaproject dat alles tegelijk wil oplossen, maar met een schaalbare eerste stap die laat zien wat data in de praktijk kan opleveren.

Veel bedrijven onderschatten vooral de eenvoud van de eerste stap

Naast te groot denken speelt volgens Diederik nog een tweede misvatting: bedrijven overschatten vaak de complexiteit. Natuurlijk is digitalisering geen kinderspel, zegt hij, maar het is ook geen rocket science meer. Juist de brug tussen OT en IT, vroeger vaak een drempel, is tegenwoordig veel beter te leggen met bestaande hardware- en softwareoplossingen.

Daarmee bedoelt hij dat operationele data uit machines of installaties tegenwoordig veel eenvoudiger naar een IT-omgeving gebracht kan worden, waar die vervolgens inzichtelijk gemaakt en geanalyseerd kan worden. De eerste stap is dus niet meer zo technisch onneembaar als veel bedrijven denken.

Je hoeft je fabriek niet op de schop te nemen

Een belangrijk punt in het gesprek is dat bestaande installaties niet eerst volledig vervangen hoeven te worden. Volgens Diederik draait het juist om het toevoegen van een datalaag bovenop de bestaande omgeving. Die datalaag brengt informatie uit de installaties samen en maakt het mogelijk om die centraal op te slaan, te analyseren en te gebruiken voor optimalisatie.

Dat betekent dat digitalisering vaak veel minder ingrijpend is dan ondernemers vrezen. Je hoeft dus niet per definitie de hele fabriek om te bouwen. In veel gevallen is er al PLC-data beschikbaar en gaat het er vooral om die data slim te ontsluiten.

Brownfield heeft vaak al meer waarde in zich dan bedrijven denken

Een van de opvallendste observaties van Diederik is dat er in veel brownfield-installaties al data aanwezig is die nauwelijks wordt benut. En juist daar blijft volgens hem veel winst liggen. Bedrijven denken soms dat ze eerst alles nieuw moeten maken, terwijl ze in werkelijkheid met beperkte datasets al heel bruikbare analyses kunnen doen.

Met andere woorden: de eerste inzichten hoeven niet te wachten op perfecte omstandigheden. Zelfs met een beperkte set signalen kun je al patronen ontdekken, statusinformatie afleiden en verbetermogelijkheden vinden.

Oude installaties zijn niet kansloos, maar vragen een andere start

Dat betekent niet dat elke installatie even makkelijk te koppelen is. Diederik maakt wel degelijk onderscheid tussen nieuwere en oudere systemen. Bij moderne installaties is vaak al veel data beschikbaar en kan een koppeling relatief eenvoudig gelegd worden. Soms is een netwerkaansluiting al genoeg om die data te ontsluiten.

Bij oudere installaties ligt dat anders. Daar moet vaak eerst extra instrumentatie of sensoring worden toegevoegd om überhaupt voldoende gegevens te verzamelen. Daardoor is de eerste stap daar intensiever. Maar ook dan betekent het niet dat digitalisering onmogelijk is — alleen dat stap één wat uitgebreider wordt.

Standaarden maken digitalisering schaalbaar

Een andere belangrijke factor in het gesprek is standaardisatie. Diederik noemt protocollen als MQTT en OPC UA als belangrijke hulpmiddelen om OT en IT beter aan elkaar te koppelen. Zeker OPC UA helpt volgens hem om digitalisering schaalbaarder te maken, omdat het sterk gestandaardiseerd is en daardoor makkelijker te implementeren valt.

MQTT noemt hij juist weer flexibeler, vooral als cloudcommunicatie een rol speelt. De onderliggende boodschap is helder: standaarden maken het makkelijker om systemen open te koppelen en data bruikbaar te maken over meerdere lagen heen.

De grootste technische hobbel zit vaak niet in IoT, maar in cybersecurity

Als er dan toch een echte hobbel is, dan noemt Diederik vooral cybersecurity. Zolang data binnen de eigen omgeving blijft, is de drempel volgens hem relatief laag. Maar zodra informatie de fabriek verlaat, bijvoorbeeld richting cloud of externe platformen, verandert het speelveld. Dan moet je goed nadenken over beveiliging, toegang en architectuur.

Dat maakt cybersecurity geen randvoorwaarde achteraf, maar iets dat vanaf het begin onderdeel moet zijn van de digitaliseringskeuzes.

Nieuwe wetgeving dwingt bedrijven om serieuzer naar security te kijken

Die urgentie neemt bovendien toe. Diederik verwijst expliciet naar de Cyber Resilience Act, die ervoor zorgt dat Europese bedrijven zich aan strengere veiligheidsnormen moeten conformeren. Voor producten betekent dat straks ook directe gevolgen richting CE-markering. Volgens hem beweegt WAGO daarom nadrukkelijk van Secure by Design naar Secure by Default: apparaten moeten standaard al veilig geconfigureerd zijn, zodat gebruikers daar niet telkens zelf opnieuw over hoeven na te denken.

Dat laat zien dat cybersecurity niet langer een optioneel thema is voor IT-specialisten, maar steeds meer een basiseis wordt in industriële digitalisering.

Cyber lijkt voor veel bedrijven nog steeds iets van ‘anderen’

Opvallend is dat Diederik ook benoemt dat veel ondernemers cybersecurity nog altijd zien als iets dat hen waarschijnlijk niet overkomt. Die houding is herkenbaar: zolang een incident abstract blijft, verdwijnt het makkelijk naar de achtergrond. WAGO probeert daar juist als partner een andere rol in te spelen door klanten niet alleen hardware of software te leveren, maar ook bestaanszekerheid te helpen organiseren via veiligere producten en software.

Gebrek aan IT-kennis hoeft geen reden meer te zijn om niet te starten

Een andere terugkerende reden voor uitstel is gebrek aan IT-kennis. Ook daar is Diederik opvallend praktisch over. Volgens hem moeten oplossingen juist zo intuïtief worden ontworpen dat de drempel lager wordt voor industriële gebruikers. Daarom zet WAGO volgens hem in op plug-and-play software en commerciële standaardoplossingen die het gat tussen OT en IT kleiner maken.

Dat betekent niet dat elk bedrijf alles zelf kan doen, maar wel dat het startpunt veel toegankelijker is geworden dan een paar jaar geleden.

Drie gebieden waar digitalisering direct voordeel kan opleveren

Als Diederik de opbrengst van slimme digitalisering samenvat, komt hij uit op drie klassieke projectpijlers: geld, tijd en capaciteit. Volgens hem kun je met digitalisering beter omgaan met je installaties, efficiënter produceren, onderhoud slimmer plannen en je personeel effectiever inzetten.

Dat maakt IoT volgens hem vooral waardevol als stuurmiddel. Niet omdat data op zichzelf interessant is, maar omdat je ermee kunt ingrijpen op kosten, beschikbaarheid en werkdruk.

Energie is nu de KPI waar bedrijven als eerste op moeten sturen

Op de vraag waar bedrijven morgen concreet mee zouden moeten starten, komt Diederik opvallend snel uit bij één KPI: energie. De reden is duidelijk. Energieprijzen zijn onzeker, het elektriciteitsnet zit vol en bedrijven weten vaak nog onvoldoende wat installaties werkelijk verbruiken en wanneer dat verbruik oploopt.

Juist daarom ziet hij energie als een logisch eerste focuspunt. Niet alleen omdat het direct geld raakt, maar ook omdat energiegegevens vaak goed meetbaar zijn en snel inzicht geven in inefficiëntie of afwijkend gedrag van installaties.

De echte kans zit niet in meer data, maar in slimmer gebruik van data die er al is

Misschien wel de belangrijkste boodschap uit het gesprek is dat veel bedrijven niet te weinig data hebben, maar vooral te weinig doen met de data die al beschikbaar is. En precies daar blijft volgens Diederik nog veel winst liggen. Wie erin slaagt om bestaande signalen slim te verzamelen, samen te brengen en in context te zetten, kan vaak al verrassend snel stappen maken in betrouwbaarheid, onderhoud en efficiëntie.

Conclusie

Het verhaal van Diederik maakt duidelijk dat digitalisering in de industrie minder mysterieus is geworden dan veel bedrijven nog denken. De techniek is volwassen, standaarden helpen de koppeling tussen OT en IT en veel fabrieken beschikken al over meer bruikbare data dan ze zelf beseffen. De grootste fout is daarom niet dat bedrijven te weinig kunnen, maar dat ze te groot beginnen of te lang wachten.

Volgens WAGO zit de slimste route in klein beginnen, één duidelijke use case kiezen en sturen op een meetbare KPI zoals energie. Wie dat goed aanpakt, ontdekt vaak dat digitalisering niet begint met een revolutie, maar met één gerichte stap die eindelijk zichtbaar maakt wat er al die tijd al in de fabriek verborgen zat.


FAQ

Wat bedoelt WAGO met IoT in de industrie?

Volgens Diederik gaat IoT over het verzamelen van data uit installaties, die data inzichtelijk maken en gebruiken om slimmer te produceren en beter te onderhouden.

Waarom starten veel bedrijven nog niet met digitalisering?

Omdat ze vaak te groot denken, de complexiteit overschatten of niet goed weten waar ze moeten beginnen.

Moet een hele fabriek op de schop om met IoT te starten?

Nee. Volgens WAGO kun je juist vaak beginnen met een extra datalaag bovenop bestaande installaties.

Zijn oudere installaties lastiger te digitaliseren?

Ja, vaak wel iets lastiger. Bij oudere systemen moeten soms extra sensoren geplaatst worden om data inzichtelijk te maken.

Wat is volgens Diederik de belangrijkste KPI om mee te beginnen?

Energie. Door energieverbruik inzichtelijk te maken, kunnen bedrijven volgens hem snel zien waar efficiëntiewinst te halen valt.

Terug naar home