Europa kan zich niet langer veroorloven om traag, versnipperd en nationaal verdeeld te opereren in technologie en industrie. Die boodschap komt niet van een denktank of lobbyclub aan de zijlijn, maar van de top van het Europese bedrijfsleven zelf. De ceo’s van Airbus, ASML, Ericsson, Mistral AI, Nokia, SAP en Siemens hebben gezamenlijk een publieke oproep gedaan om de Europese concurrentiekracht in AI en kritieke technologie veel sneller op te schalen. Volgens hen verliest Europa “elke dag” terrein.
De timing is geen toeval. De gezamenlijke oproep volgde op een overleg met Commissievoorzitter Ursula von der Leyen in Brussel en valt samen met een bredere Europese discussie over technologische soevereiniteit, investeringen, marktversnippering en de vraag hoe Europa eigen kampioenen kan laten ontstaan in sectoren die steeds strategischer worden.
Waarom deze oproep verder gaat dan alleen de techsector
Op het eerste gezicht lijkt dit een verhaal over software, AI en digitale infrastructuur. Maar in werkelijkheid raakt het de volle breedte van de Europese industrie. ASML, Airbus en Siemens staan niet alleen voor technologie, maar ook voor machinebouw, maakindustrie, toeleverketens, automatisering, defensie, energie en hightechproductie. De oproep van deze ceo’s is daarom ook een industrieel signaal: Europa moet stoppen met denken in losse nationale markten en beginnen met bouwen aan schaal, investeringskracht en strategische uitvoeringssnelheid.
DIGITALEUROPE, dat achter de bredere “European AI & Tech Declaration” staat, spreekt in dat verband expliciet over het verminderen van versnippering, het losmaken van investeringen en het creëren van een ondernemingsklimaat waarin innovatie in Europa kan groeien én schalen. Volgens de organisatie staan ceo’s en brancheorganisaties die samen 56.000 bedrijven vertegenwoordigen klaar om te investeren, mits Europa de juiste randvoorwaarden schept.
De kern van de kritiek: Europa is te gefragmenteerd
De ceo-oproep draait in de kern om één terugkerend probleem: Europa heeft wel kennis, talent en bedrijven, maar te weinig schaal. Dat zit niet alleen in geld, maar ook in instituties. De Europese interne markt is op papier groot, maar in de praktijk nog altijd te gefragmenteerd om technologiebedrijven en industriële groeiers echt dezelfde thuismarkt te geven als hun concurrenten in de VS of China. ECDPM schrijft daarover dat Europa’s onvoltooide interne markt de mondiale groei van Europese bedrijven blijft beperken.
Juist daarom klinkt de slogan “handel als één Europa” nu luider. Wie AI, cloud, halfgeleiders, telecominfrastructuur of industriële software wil opschalen, botst nog te vaak op verschillende nationale regels, trage besluitvorming, versnipperde aanbestedingen en uiteenlopende investeringslogica. De ceo’s stellen feitelijk dat Europa zichzelf daarmee verzwakt in een periode waarin geopolitiek en technologie steeds meer samenvallen.
Europa wil kampioenen, maar worstelt nog met de route ernaartoe
Dat de boodschap landt, blijkt ook uit het Europese beleid van de afgelopen weken. Reuters meldde eind april dat de EU haar mededingingsregels wil herzien, zodat bedrijven bij fusies meer ruimte krijgen om bredere voordelen aan te voeren, zoals innovatie, weerbaarheid, investeringen en duurzaamheid. In Brussel leeft steeds nadrukkelijker het idee dat Europa “kampioenen” nodig heeft die wereldwijd kunnen concurreren met Amerikaanse en Aziatische spelers.
Tegelijk blijft Europa voorzichtig. Eurocommissaris Teresa Ribera maakte in dezelfde context duidelijk dat dit geen vrijbrief wordt voor machtige bedrijven om onbeperkt groter te worden. De koers is dus dubbel: Europa wil schaal, maar zonder zijn eigen mededingingsprincipes volledig los te laten.
Dat maakt de oproep van de ceo’s des te interessanter. Zij vragen niet alleen om geld of bescherming, maar vooral om een omgeving waarin Europese bedrijven sneller kunnen bouwen, investeren en doorstoten. DIGITALEUROPE vat dat samen in een reeks beleidsaanbevelingen rond techleiderschap, het wegnemen van regelgevende barrières, het bouwen van digitale ruggengraat en het sneller kunnen realiseren van projecten in Europa.
AI is de directe aanleiding, maar het echte thema is strategische autonomie
De publieke oproep draait zichtbaar om AI en kritieke technologie, maar daaronder ligt een bredere zorg: Europa is op te veel cruciale punten afhankelijk van anderen. ECDPM beschrijft dat Europese beleidsmakers steeds meer rond twee doelen samenkomen: het verminderen van kritieke afhankelijkheden in de digitale technologiestack en het versterken van de Europese concurrentiekracht. Volgens die analyse moet het verwachte Europese tech-soevereiniteitspakket deze zomer juist die lijn scherper maken.
Dat raakt niet alleen cloud of AI-modellen, maar ook satellietinfrastructuur, telecom, digitale veiligheid, onderzeese verbindingen, procurement en industriële investeringen. Met andere woorden: de techdiscussie wordt steeds meer een industriële discussie. En andersom.
Voor de industrie betekent dat iets wezenlijks. Wie software, data, productiemachines, automatisering of chiptechnologie gebruikt, zit allang niet meer in een puur technisch speelveld. Het gaat nu ook over geopolitieke betrouwbaarheid, toegang tot infrastructuur, financiering, regelgeving en de vraag of Europese oplossingen op grote schaal beschikbaar blijven.
Waarom juist deze namen zoveel gewicht hebben
Dat juist Airbus, ASML, Ericsson, Mistral AI, Nokia, SAP en Siemens gezamenlijk naar buiten treden, is op zichzelf al betekenisvol. Nokia noemt expliciet dat deze zeven ceo’s dezelfde waardeketen en dezelfde schaaluitdagingen delen. Het gaat dus niet om losse bedrijven met losse wensen, maar om een keten van hardware, software, netwerken, halfgeleiders, industriële automatisering en AI die elkaar versterken.
Die combinatie maakt de oproep krachtiger dan een traditionele sectorbrief. ASML staat voor de strategische kern van de mondiale chipindustrie, Airbus voor luchtvaart en defensie, Siemens voor industriële technologie, SAP voor bedrijfskritische software, Ericsson en Nokia voor netwerken, en Mistral AI voor Europa’s ambitie in generatieve AI. Samen schetsen ze in feite een blauwdruk van wat Europa nog wél heeft — en wat het volgens hen sneller moet uitbouwen. Dit laatste is een redelijke interpretatie op basis van de samenstelling van de ondertekenaars en hun posities in de Europese waardeketen.
De boodschap aan Brussel: minder praten, meer uitvoeren
De toon van de oproep is opvallend urgent. Nokia publiceerde in het volledige opiniestuk dat Europa “elke dag” concurrentiekracht verliest en dat dit niet alleen een economisch probleem is, maar ook raakt aan sociale samenhang, toekomstige welvaart en technologische soevereiniteit. Dat soort taal laat zien dat het debat verschuift van wenselijkheid naar noodzaak.
DIGITALEUROPE sluit daar direct op aan door te stellen dat Europa groot moet denken, slim moet investeren en snel moet handelen. De verklaring noemt dit expliciet “Europe’s AI and tech moment”.
De frustratie zit dus minder in een gebrek aan visie en meer in het gebrek aan uitvoering. Europa produceert strategieën, plannen en kaders, maar bedrijven willen nu vooral een omgeving waarin projecten echt sneller van de grond komen, investeringen makkelijker schaal krijgen en de interne markt minder gefragmenteerd functioneert.
Wat dit betekent voor de Nederlandse industrie
Voor Nederland is deze discussie extra relevant. Ons land is diep verweven met Europa’s hightech-, chip- en industriële ketens, met ASML als vlaggenschip en een breed netwerk van toeleveranciers, machinebouwers, softwarebedrijven en kennisinstellingen daar omheen. Als Europa werkelijk werk maakt van AI, digitale infrastructuur en technologische soevereiniteit, kan dat direct doorwerken in investeringen, productiecapaciteit en innovatieprojecten in Nederland. Dit is een redelijke gevolgtrekking op basis van de prominente rol van ASML in de oproep en Nederland’s hightechprofiel.
Andersom geldt hetzelfde: als Europa blijft hangen in versnippering en trage uitvoering, zal dat ook Nederlandse industriële groeiers raken. Niet omdat Nederland te weinig kennis heeft, maar omdat schaal en markttoegang in steeds meer tech- en industriegebieden Europees bepaald worden.
De echte vraag: durft Europa nu ook echt als één blok te handelen?
De oproep van de ceo’s is helder, maar het lastige deel begint nu pas. Want “als één Europa handelen” klinkt logisch, totdat het concreet wordt. Dan gaat het over nationale belangen, aanbestedingsregels, investeringsfondsen, strategische inkoop, staatssteun, cloudsoevereiniteit, mededinging en de vraag welke bedrijven of sectoren prioriteit krijgen.
ECDPM wijst erop dat lidstaten het steeds vaker eens zijn over het belang van Europese concurrentiekracht en soevereiniteit, maar minder over de manier waarop die doelen bereikt moeten worden. Juist daar zal de komende maanden de echte test liggen.
Conclusie
Dat zeven van Europa’s invloedrijkste tech- en industrie-ceo’s zich gezamenlijk uitspreken, is geen symbolische exercitie. Het is een signaal dat het geduld in de top van het Europese bedrijfsleven dunner wordt. Europa heeft volgens hen nog steeds de kennis, de bedrijven en de industriële basis om mee te doen in AI en kritieke technologie, maar niet langer de luxe om versnipperd te blijven handelen.
Voor de industrie is dat een boodschap die veel verder reikt dan Brussel. Het gaat over de vraag of Europa erin slaagt een omgeving te bouwen waarin innovatie niet alleen ontstaat, maar ook blijft, groeit en wereldwijd betekenis krijgt. En precies daarom raakt deze oproep niet alleen de techsector, maar de hele industriële toekomst van Europa.
FAQ
Welke ceo’s deden deze oproep?
Volgens Nokia gaat het om de ceo’s van Airbus, ASML, Ericsson, Mistral AI, Nokia, SAP en Siemens.
Waar draait hun oproep om?
Zij roepen Europa op om sneller en meer gezamenlijk te handelen op het gebied van AI, kritieke technologie, investeringen en schaalvergroting.
Waarom vinden zij dat nodig?
Omdat Europa volgens hen concurrentiekracht verliest door versnippering, trage uitvoering en een te gefragmenteerde markt.
Wat bedoelen ze met ‘als één Europa handelen’?
Dat Europa minder nationaal versnipperd moet opereren en meer als één interne markt en strategisch blok moet werken, vooral in AI en kritieke technologie. Dit is een redelijke samenvatting van de open oproep en de beleidscontext.
Waarom is dit relevant voor de industrie?
Omdat de oproep gaat over waardeketens waarin software, halfgeleiders, netwerken, industriële technologie en productie direct met elkaar verbonden zijn.
