De auto- en industrietoeleverancier Schaeffler past zijn financiële ambities voor de komende jaren aan. De onderneming stelt haar middellangetermijndoelen naar beneden bij en wijst daarbij op de aanhoudend moeilijke omstandigheden in de automobielsector.
De vraag naar voertuigen en de omschakeling naar elektrische aandrijvingen verlopen trager en grilliger dan eerder werd verwacht. Dat raakt bedrijven die componenten en systemen leveren aan autofabrikanten rechtstreeks, omdat hun productievolumes en marges direct meebewegen met de ontwikkelingen bij hun klanten.
Druk op de toeleverketen
Voor Schaeffler betekent de bijstelling dat de eerder gecommuniceerde verwachtingen niet langer realistisch worden geacht binnen het oorspronkelijke tijdsbestek. Het bedrijf, dat naast auto-onderdelen ook componenten voor industriële toepassingen levert, probeert de gevolgen van de zwakke automarkt op te vangen met andere activiteiten.
Betekenis voor de maakindustrie
De aanpassing illustreert de bredere uitdagingen waarmee de gehele toeleverketen in de maakindustrie te maken heeft. Fabrikanten van machines, onderdelen en systemen zien hun planning bemoeilijkt door schommelende afroeporders en onzekerheid over het tempo van de elektrificatie.
- Lagere productievolumes bij autofabrikanten drukken op de omzet van toeleveranciers.
- De transitie naar elektrische aandrijvingen vergt forse investeringen terwijl de opbrengsten achterblijven.
- Bedrijven met een gespreide portefeuille in industrie en mobiliteit kunnen risico's beter spreiden.
Met de neerwaartse bijstelling geeft Schaeffler een realistischer signaal af aan investeerders en de markt. Voor de sector onderstreept het besluit dat de weg naar herstel in de automobielindustrie langer en onvoorspelbaarder is dan gehoopt.
