Het midden- en kleinbedrijf in de maakindustrie laat duidelijke tekenen van herstel zien. Zowel de binnenlandse als de buitenlandse orderpositie is de afgelopen periode fors verbeterd, wat wijst op een aantrekkende vraag naar producten en halffabricaten.
Orders trekken aan
De binnenlandse orderpositie ging van een nettosaldo van -17 procent naar +7 procent. Dat betekent dat er per saldo weer meer bedrijven zijn die groei in hun orderboek zien dan bedrijven die een terugval melden. De buitenlandse orders herstelden nog krachtiger: dat saldo klom van -29 procent naar +9 procent. Vooral de exportgerichte maakbedrijven profiteren van deze omslag.
Betere resultaten
Ook de bedrijfsresultaten wijzen de goede kant op. Per saldo beoordelen meer ondernemers hun resultaat als beter dan slechter, met een nettosaldo van +5 procent. Daarnaast nam het aandeel winstgevende bedrijven toe, een teken dat het herstel niet alleen in de orderboeken zichtbaar is, maar ook doorwerkt in de bedrijfsvoering.
Investeringen blijven achter
Ondanks het positieve beeld blijven ondernemers terughoudend als het gaat om investeringen. De bereidheid om te investeren in machines, uitbreiding of vernieuwing loopt achter op het herstel van de orders en de resultaten. Die voorzichtigheid kan op termijn de concurrentiekracht onder druk zetten, omdat modernisering en automatisering juist in de maakindustrie belangrijk zijn om productiviteit en marges te behouden.
Het beeld is daarmee gemengd: het vertrouwen keert terug en de vraag herstelt, maar bedrijven wachten voorlopig af voordat ze grote uitgaven doen. Of het herstel doorzet, hangt mede af van de vraag of ondernemers hun voorzichtigheid de komende periode durven los te laten en weer gaan investeren in hun toekomst.
