In de kunststofwereld wordt duurzaamheid nog vaak versimpeld tot één vraag: welk materiaal gebruik je? Maar voor Cristel Rijnen, eigenaresse van Injection Point, is dat veel te kort door de bocht. Wie echt duurzamer wil produceren, moet niet alleen kijken naar recyclaat of bioplastics, maar ook naar energieverbruik, productontwerp, assemblage, procesinrichting en de manier waarop automatisering wordt ingezet.
Dat maakt het verhaal van Injection Point interessant. Het bedrijf ziet duurzaamheid niet als los thema naast de productie, maar als iets dat doorwerkt in de hele operatie. Van machine-efficiëntie en groene stroom tot klantadvies en de vraag of een product aan het einde van zijn levensduur nog uit elkaar gehaald of gerecycled kan worden.
Injection Point maakt technische kunststofproducten die lang mee moeten gaan
Injection Point is volgens Rijnen een technisch spuitgietbedrijf dat zich richt op duurzame kunststofproducten. Daarmee bedoelt ze nadrukkelijk niet wegwerpproducten, maar producten met een langere functionele levensduur. Dat varieert van behuizingen voor elektrische apparatuur en onderdelen voor zonwering en insectenwering tot paardenbitten, componenten voor pinapparaten en accessoires voor waterflessen.
Die breedte is belangrijk, omdat het meteen laat zien in wat voor type markt het bedrijf opereert. Geen massale wegwerpstroom, maar technische onderdelen die vaak onderdeel zijn van een groter systeem of product en dus ook andere eisen stellen aan kwaliteit, betrouwbaarheid en levensduur.
De duurzaamheidsmissie begon persoonlijk
Wat opvalt in het gesprek is dat de duurzaamheidsambitie van Injection Point niet begon vanuit wetgeving of marktdruk, maar vanuit iets persoonlijks. Rijnen vertelt dat zij zich bewuster werd van materiaalgebruik en verspilling toen zij zelf kinderen kreeg. De hoeveelheid spullen in huis nam toe en tegelijk merkte ze hoe lastig het was om spullen die niet meer gebruikt werden, een tweede leven te geven. Veel eindigde uiteindelijk toch als afval.
Vanuit dat besef ontstond ook de wens om in haar bedrijf iets anders te doen. Niet de wereld in één keer veranderen, maar wel zorgen dat Injection Point binnen zijn eigen invloedssfeer bewuster produceert en klanten daarbij probeert mee te nemen.
Duurzaamheid zit bij Injection Point in de hele fabriek
Die missie vertaalt zich niet alleen naar productontwikkeling, maar ook naar de fabriek zelf. Injection Point probeert de eigen processen zo groen mogelijk in te richten. Het bedrijf wekt zelf stroom op met zonnepanelen, koopt daarnaast Nederlandse windenergie in en is bijna volledig van het gas af. Ook wordt het magazijn verwarmd met restwarmte uit de productie. Op de machines draaien energiezuinige elektromotoren.
Dat laat zien dat duurzaamheid hier niet wordt gezien als marketinglaag bovenop de operatie, maar als iets wat ook in het dagelijkse functioneren van het bedrijf doorvertaald moet worden.
Niet alleen je eigen proces telt, ook het ontwerp van het product
Een tweede belangrijk spoor zit in de ontwikkelfase van nieuwe producten. Injection Point probeert klanten al vroeg bewust te maken van de keuzes die invloed hebben op de uiteindelijke footprint van een product. Dan gaat het over vragen als: kan hier recyclaat in? Is bioplastic logisch? Kun je het product aan het einde van zijn levensduur demonteren? Kunnen onderdelen makkelijker uit elkaar? Is een redesign nodig om recycling of hergebruik haalbaarder te maken?
Daarmee verschuift de rol van spuitgieter van puur producent naar een partner die ook meedenkt over de duurzaamheid van het eindproduct.
De uitdaging voor Nederlandse spuitgieters zit niet alleen in techniek, maar ook in concurrentiekracht
Tegelijk schetst Rijnen ook een nuchter beeld van de markt. Nederlandse spuitgietbedrijven moeten concurrerend blijven in een land dat in haar woorden een dure BV is geworden. De loonkosten zijn hoog, personeel is schaars en buitenlandse productie wordt relatief goedkoper.
Dat maakt het speelveld lastig. Nederlandse bedrijven zijn volgens haar vaak innovatief en intrinsiek gemotiveerd om stappen te zetten in duurzaamheid, maar die inspanningen moeten uiteindelijk wel concurrerend blijven in een markt waar prijsdruk groot blijft.
Automatisering is voor Injection Point geen doel op zich, maar een middel
In dat spanningsveld speelt automatisering een duidelijke rol. Volgens Rijnen is automatisering belangrijk voor capaciteit, voor kwaliteit en voor financiële houdbaarheid. In een land waar handjes schaars én duur zijn, wordt langer onbemand draaien aantrekkelijker. Bovendien is spuitgieten bij uitstek een proces waarbij herhaling belangrijk is, en juist daarin zijn systemen vaak consistenter dan mensen.
Toch is het verhaal genuanceerder dan simpelweg zeggen: meer automatiseren is altijd beter. Injection Point draait vooral middelgrote series. Dat betekent dat ordergroottes kleiner zijn dan bijvoorbeeld in verpakkingsproductie, waar massaproductie veel sneller een businesscase voor vergaande automatisering oplevert.
Daarmee ontstaat een ander vraagstuk: hoe automatiseer je zó, dat die automatisering veel verschillende orders en producten kan bedienen?
Standaardisering in automatisering is moeilijker dan het lijkt
Rijnen legt uit dat volledige automatisering vaak eenvoudiger wordt naarmate je langer hetzelfde product draait. Dan kun je een complete machine-opstelling bouwen die volledig rond dat ene onderdeel is geoptimaliseerd. Bij Injection Point werkt dat anders. Orders wisselen vaker, aantallen zijn kleiner en het loont daardoor minder om voor elk afzonderlijk product een aparte automatiseringsoplossing te bouwen.
Daarom zoekt Injection Point niet naar maximale automatisering per product, maar naar een zo allround mogelijke automatisering die een groot deel van de orderportefeuille kan ondersteunen.
Cobots zijn interessant, maar het echte knelpunt zit vaak ergens anders
Een mooi voorbeeld van die complexiteit is de manier waarop Rijnen naar cobots kijkt. Al tien jaar hoort ze dat cobots de uitzendkracht zouden vervangen. De theorie klinkt aantrekkelijk: een flexibele robot die standaard handelingen overneemt. Maar in de praktijk blijkt de cobot zelf niet het grootste probleem. De uitdaging zit vaak in de aanvoer. Producten moeten namelijk op de juiste manier aangevoerd worden, en juist die aanvoer is vaak custom made voor één specifiek product.
En daar gaat de businesscase vaak scheef. Niet omdat de cobot niks kan, maar omdat alles eromheen te product-specifiek en daarmee te duur wordt.
Welk probleem los je eigenlijk op?
Dat is misschien wel de belangrijkste lijn in haar verhaal over automatisering. Elke investering begint met dezelfde vraag: welk probleem willen we eigenlijk oplossen? Pas als dat duidelijk is, kun je bepalen of automatisering de juiste route is. Injection Point kijkt daarbij pragmatisch naar knelpunten, volumes, foutkansen en de vraag of een oplossing breed genoeg inzetbaar is om renderend te worden.
Dat maakt de benadering heel operationeel. Niet automatiseren omdat het kan, maar omdat het aantoonbaar iets verbetert.
Te ver automatiseren kan het doel voorbijschieten
Rijnen geeft in het gesprek een concreet voorbeeld van een project waarbij gekeken werd of niet alleen het spuitgieten, maar ook de assemblage van een product direct in lijn achter de machine geautomatiseerd kon worden. Technisch was er veel mogelijk. Maar om dat te laten werken moesten trays gevuld worden, moest een mens die trays aanvoeren en werd de investering fors. Bovendien groeide het risico dat bij één storing in de keten de complete lijn stil zou vallen.
De conclusie was dan ook helder: je moet goed opletten dat automatisering niet alleen indrukwekkend oogt, maar ook echt logisch blijft in de praktijk. Soms is een aparte postproductiestap slimmer dan alles in één lijn willen persen.
Juist voor MKB-bedrijven kan automatisering lonen
Tegelijk benadrukt Rijnen dat automatisering niet alleen relevant is voor grote bedrijven of massaproductie. Ook kleinere MKB-spelers kunnen er voordeel uit halen, zolang ze maar scherp kijken waar ze automatiseren en waarom. Er is volgens haar al ontzettend veel mogelijk, maar je moet voorkomen dat je te ver gaat zonder dat de investering nog in verhouding staat tot het probleem.
Dat is een belangrijke boodschap, juist voor middelgrote maakbedrijven die vaak denken dat automatisering pas interessant wordt bij grote volumes.
Slimme oplossingen hoeven niet duur te zijn
Een van de mooiste voorbeelden uit het gesprek laat zien dat automatisering niet altijd uit miljoenenprojecten hoeft te bestaan. Injection Point had een combinatiematrijs waarin vier unieke artikelen tegelijk geproduceerd werden. De machine had te weinig techniek om die vier producten standaard gescheiden uit te nemen. Toen is intern een oplossing bedacht waarbij één product werd laten vallen, drie producten via een band liepen en een eenvoudig zelfgemaakt systeem met blaaslucht een derde product opzij blies in een aparte doos. Zo werden alle vier de onderdelen automatisch gescheiden afgevoerd, zonder risico op verwisseling.
Dat is precies het soort pragmatische automatisering waar Rijnen op stuurt: storingsvrij, effectief, betaalbaar en zelf slim bedacht.
Duurzaamheid vraagt ook om meten, niet alleen om aannames
Naast automatisering speelt ook energie-efficiëntie een grote rol. Daarbij benadrukt Rijnen dat je soms pas door meten ontdekt wat echt duurzaam is. Injection Point is daarom al jaren geleden begonnen met sensoren die verbruiksgegevens van machines uitlezen. Aanvankelijk begon dat als pilot met een start-up, maar inmiddels heeft het bedrijf zeven jaar aan meetdata opgebouwd.
Die data maken het mogelijk om niet alleen aannames te doen, maar om daadwerkelijk te zien wat het effect is van ontwerpkeuzes op energieverbruik.
Minder materiaal is niet altijd duurzamer
Dat blijkt ook uit een opvallend voorbeeld dat Rijnen noemt. In adviesgesprekken gebruikt Injection Point onder meer de 5 R’s, waaronder reduce. Minder materiaal gebruiken lijkt dan automatisch beter. Maar in een concreet geval bleek dat een product zó dunwandig was gemaakt dat de machine meer energie nodig had om het nog goed te kunnen produceren. Door de hogere druk en de interne spanningen liep het elektriciteitsverbruik op. In dat geval bleek “reduce” dus juist minder gunstig voor de footprint.
Dat is een krachtig inzicht: duurzaamheid is geen standaardrecept. Je moet per project kijken wat onderaan de streep echt beter uitpakt.
Injection Point zoekt partners die meedenken, niet alleen willen verkopen
Ook in de keuze van automatiserings- en energypartners zit een duidelijke lijn. Rijnen zegt expliciet dat ze zoekt naar partners die pragmatisch meedenken over wat voor Injection Point interessant is, en niet naar partijen die vooral hun duurste systemen willen verkopen.
Ze illustreert dat met een voorbeeld van jaren geleden, toen ze op zoek was naar een verrijdbare robot die tussen verschillende machines kon worden ingezet. Zo’n flexibele oplossing bestond toen niet, of werd in elk geval niet ontwikkeld, omdat leveranciers meer belang hadden bij het verkopen van meerdere vaste robots dan bij één flexibel systeem.
Dat voorbeeld zegt veel over haar manier van kijken: niet alleen de technische vraag telt, maar ook de mindset van de partner aan tafel.
Strategie of noodzaak: automatiseren kan op twee manieren
Aan het eind van het gesprek maakt Rijnen nog een interessant onderscheid tussen automatiseren vanuit strategie en automatiseren vanuit noodzaak. Strategisch automatiseren vraagt om vooruit investeren en risico nemen op basis van een visie. Automatiseren vanuit noodzaak betekent dat je een concreet probleem oplost zodra het zich voordoet.
Beide routes hebben hun logica. Strategisch investeren kan op termijn goedkoper uitpakken, omdat je meerdere toekomstige problemen tegelijk oplost. Maar het vraagt wel om kapitaal en lef. Problemen pas oplossen als ze zich aandienen, spreidt de investeringen, maar leidt op de lange termijn vaak tot meer kosten. Dat spanningsveld is volgens Rijnen voor veel ondernemers herkenbaar, zeker in economisch onzekere tijden.
De belangrijkste les: begin klein, maar begin wel
Als er één rode draad in het gesprek zit, dan is het deze: je moet gewoon beginnen. Niet wachten tot het perfecte plan er ligt, maar klein starten met iets wat behapbaar is voor de organisatie en de portemonnee. Injection Point heeft zijn ontwikkeling volgens Rijnen ook niet in één grote stap gemaakt, maar via steeds weer een volgende kleine verbetering.
En juist als je later terugkijkt, zie je hoeveel die kleine stappen samen hebben opgeleverd. Dat maakt het verhaal van Injection Point overtuigend: duurzaamheid en automatisering hoeven geen groot eenmalig programma te zijn. Ze kunnen ook gewoon beginnen bij één slimme aanpassing, één meetproject of één praktische verbetering op de werkvloer.
Conclusie
Injection Point laat zien dat duurzaam produceren in kunststof niet draait om één wonderoplossing. Het gaat om een reeks van afwegingen: materiaalgebruik, energieverbruik, automatisering, productontwerp en proceslogica. Volgens Cristel Rijnen zit de winst juist in het steeds opnieuw durven kijken naar waar het slimmer, lichter, energiezuiniger of praktischer kan.
Daarbij is automatisering geen doel op zich, maar een middel dat alleen waarde heeft als het echt een probleem oplost. En duurzaamheid is geen slogan, maar iets dat je moet meten, toetsen en soms zelfs opnieuw moet leren begrijpen. Juist die pragmatische combinatie maakt het verhaal van Injection Point relevant voor veel meer bedrijven dan alleen in de spuitgietsector.
FAQ
Wat doet Injection Point?
Injection Point is een technisch spuitgietbedrijf dat duurzame kunststofproducten maakt, zoals behuizingen, onderdelen voor zonwering, paardenbitten en componenten voor waterflessen en pinapparaten.
Waarom is duurzaamheid zo belangrijk voor Injection Point?
Omdat het bedrijf duurzaamheid ziet als onderdeel van zijn missie, zowel in de eigen fabriek als in de ontwikkeling van producten voor klanten.
Speelt automatisering een rol in verduurzaming?
Ja. Volgens Injection Point helpt automatisering bij capaciteit, kwaliteit en efficiënter produceren, maar alleen als die automatisering ook echt logisch en rendabel is.
Waarom is automatiseren bij middelgrote series lastiger?
Omdat orders vaker wisselen en de businesscase voor productspecifieke automatisering daardoor minder snel rondkomt dan bij massaproductie.
Wat is volgens Injection Point de belangrijkste les?
Begin klein, houd het behapbaar en blijf stap voor stap verbeteren. Grote veranderingen ontstaan vaak uit een reeks kleine keuzes.
