Een belangrijk waterstofproject voor de verduurzaming van het chemiecomplex Chemelot in Zuid-Limburg staat op de tocht. Energieconcern RWE slaagt er vooralsnog niet in om vaste afnemers te vinden voor de groene waterstof die de fabriek zou moeten leveren. Zonder langjarige leveringscontracten is een definitieve investeringsbeslissing lastig te onderbouwen.
Lichtpuntje dat tegenvalt
Het project gold tot voor kort juist als een van de weinige positieve voorbeelden in een verder moeizaam verlopende energietransitie voor de industrie. Groene waterstof, geproduceerd met stroom uit hernieuwbare bronnen, wordt gezien als een sleutel om zware industriële processen van fossiele brandstoffen af te helpen. Voor een energie-intensieve locatie als Chemelot is de beschikbaarheid van betaalbare waterstof cruciaal om de klimaatdoelen te halen.
Moeizame businesscase
De problemen bij Chemelot passen in een breder beeld. Fabrikanten aarzelen om zich vast te leggen op groene waterstof zolang de prijs fors hoger ligt dan die van conventionele alternatieven. Daardoor ontstaat een patstelling: producenten willen niet bouwen zonder afnemers, terwijl afnemers pas willen tekenen als er zekerheid is over levering en prijs.
Onzekerheid over langjarige afnamecontracten
Hoge productiekosten van groene waterstof
Twijfel over het tempo van de bredere infrastructuur
Voor de maakindustrie is de kwestie veelzeggend. Chemelot levert grondstoffen aan tal van toeleveranciers en producenten. Vertraging in de verduurzaming raakt daarmee niet alleen het complex zelf, maar de hele keten die afhankelijk is van betaalbare en toekomstbestendige grondstoffen. Het onderstreept dat de overgang naar schone productie niet alleen technische, maar vooral economische hindernissen kent.
Dit artikel is gebaseerd op berichtgeving van het FD.
