Wat ooit begon als gereedschapmakerij voor stempels en matrijzen, is bij Doeko uitgegroeid tot een sterk geautomatiseerde productieomgeving voor hightech precisiecomponenten en modulebouw. Volgens Gertjan en Bart is die omslag geen luxe, maar pure noodzaak om in Nederland concurrerend te blijven.
Wat Doeko interessant maakt, is niet alleen dát het bedrijf automatiseert, maar vooral hoe. Waar veel bedrijven losse machines of cellen automatiseren, redeneert Doeko vanuit de fabriek als één samenhangend systeem. Machines, transport, spanmiddelen, software en proceslogica moeten daarin op elkaar aansluiten. En juist daar zit volgens het familiebedrijf de echte winst.
Van gereedschapmakerij naar hightech modulebouw
Doeko begon als klassieke gereedschapmakerij. Eerst draaide het bedrijf vooral om stempels, later kwamen daar matrijzen bij. Dat waren complexe enkelstuksoplossingen die nodig zijn om grote aantallen producten mogelijk te maken. Maar die oorsprong past volgens Doeko minder goed bij de fabriek die het vandaag wil zijn.
Inmiddels ligt de focus op hightech systeem- en modulebouw en op de productie van precisiecomponenten in grotere volumes. Die stap veranderde ook de logica van het bedrijf. Waar vroeger gereedschappen centraal stonden, draait het nu veel meer om herhaalbaarheid, nauwkeurigheid, stabiliteit en een slim ingerichte flow door de fabriek.
Het familiebedrijf denkt op lange termijn
Tijdens het gesprek wordt duidelijk dat Doeko sterk als familiebedrijf denkt. Dat zit niet alleen in eigenaarschap, maar ook in de manier waarop naar investeringen wordt gekeken. Alles wat er staat, is door het bedrijf zelf opgebouwd en betaald. Dat maakt de keuzes misschien voorzichtiger, maar ook fundamenteler. Investeringen moeten bijdragen aan continuïteit, kennisbehoud en een gezonde positie op lange termijn.
Automatisering is daarin geen gadget of prestigeproject, maar een strategisch middel.
Automatisering begon als antwoord op de strijd met laagloonlanden
De belangrijkste reden achter de sterke focus op automatisering is volgens Doeko glashelder: de concurrentie met laagloonlanden. Het bedrijf heeft zich daar altijd tegen verzet, niet vanuit sentiment, maar vanuit de overtuiging dat je alleen een sterke economie en echte kennispositie kunt houden als je ook lokaal blijft produceren.
Automatisering helpt daarin op drie niveaus. Het drukt kosten, verhoogt de output en maakt processen stabieler. Maar er zit nog een vierde laag onder: het behoud van kennis. Want volgens Doeko kun je niet serieus spreken over een kenniseconomie als je de productie uit je eigen omgeving laat verdwijnen.
Kennis verdwijnt als productie verdwijnt
Dat punt wordt in het gesprek scherp gemaakt. Doeko merkt zelf hoe lastig het is geworden om nieuw talent aan te trekken. Er is nauwelijks aanbod. Juist daarom is het volgens het bedrijf cruciaal om productie, vakmanschap en technologische ontwikkeling hier te houden. Anders verlies je op termijn niet alleen capaciteit, maar ook de kennisbasis waarop innovatie rust.
Automatisering is in die logica dus niet alleen een efficiëntie-instrument, maar ook een manier om hoogwaardige maakkennis binnen het bedrijf en binnen Nederland te behouden.
Doeko doet automatisering grotendeels zelf
Een van de opvallendste kenmerken van Doeko is dat het bedrijf veel van zijn automatisering zelf ontwikkelt. Dat is niet alleen een kostenkwestie, maar vooral een keuze die past bij de cultuur van het bedrijf. Bart noemt Doeko eigenwijs en innovatief. De standaardoplossingen uit de markt sluiten volgens hem lang niet altijd goed aan op wat zij nodig hebben.
Daarom heeft Doeko een eigen mechatronica-afdeling opgebouwd. Zodra er veel repeterende handelingen zijn, begint het bedrijf intern te brainstormen: kan dit slimmer, efficiënter en beter geautomatiseerd? Die oplossingen worden vervolgens niet alleen bedacht, maar ook geëngineerd en gebouwd in eigen huis.
Het zit in het DNA om herhaling slimmer te organiseren
Volgens Bart zit die reflex diep in het bedrijf. Als een taak vaak terugkomt, ontstaat al snel het idee dat die handeling slimmer moet kunnen. Dat is meer dan een technisch trucje; het is onderdeel van de bedrijfscultuur. Herhaling triggert verbetering. Niet incidenteel, maar structureel.
Die mentaliteit komt niet uit de lucht vallen. Doeko bouwde eerder al ervaring op met spuitgieten, productontwikkeling en robotisering. Die eerste stappen vormden de basis voor het huidige automatiseringsdenken.
De eerste grote versnelling kwam toen productie echt moest schalen
Een belangrijk moment in het verhaal van Doeko is de productie van een succesvol product dat via Moooi in de markt werd gezet. Toen dat product tractie kreeg, moest de productie ineens op een hoger niveau worden gebracht. Daar lag volgens het bedrijf de echte aanzet om automatisering serieus op te pakken. De eerste robots kwamen toen in huis en vormden het begin van een leerproces dat nog altijd doorgaat.
Dat is een interessante les: automatisering begint vaak niet met een abstract plan, maar met een concrete situatie waarin je simpelweg anders moet gaan produceren om te kunnen leveren.
Gewoon beginnen is volgens Doeko nog steeds het beste advies
Op de vraag wat de grootste lessen uit dat traject zijn, is Bart opvallend praktisch. Zijn antwoord: gewoon beginnen. Want automatisering gaat nooit vanzelf. Je loopt problemen tegen het lijf die je vooraf niet hebt voorzien. Maar juist door te starten, kennis op te bouwen en stap voor stap te verbeteren, leer je wat werkt en wat niet.
Daar komt volgens hem nog iets anders bij: standaardiseren. Niet steeds opnieuw een look-alike-oplossing bouwen, maar doorontwikkelen op vaste principes en standaarden. Juist dat maakt automatisering schaalbaar.
Doeko automatiseert geen losse cellen, maar de fabriek als geheel
Hier zit misschien wel het belangrijkste onderscheid van Doeko. Veel bedrijven automatiseren per machine of per verspanende cel. Daar kun je in de markt veel voor kopen. Maar Doeko heeft bewust een andere keuze gemaakt: niet de losse cellen optimaliseren, maar nadenken over hoe de héle fabriek als één geautomatiseerd proces kan functioneren.
Dat heeft alles te maken met het type werk dat het bedrijf doet. De onderdelen die Doeko produceert zijn hoognauwkeurig en multidisciplinair. Ze moeten vaak door meerdere stappen in de fabriek: frezen, reinigen, meten, draadfonken en verder. Als je die stappen ieder als losse geautomatiseerde eilanden benadert, blijft het transport ertussen een probleem. En juist daar gaat efficiëntie verloren.
De echte uitdaging zit in de flow tussen de bewerkingen
Volgens Bart moet automatisering dus niet stoppen bij de machine. Het proces ertussen is minstens zo belangrijk. Daarom heeft Doeko ingezet op een systeem waarin onderdelen en spanmiddelen door de fabriek heen kunnen bewegen als onderdeel van één flow. Dat maakt de fabriek fundamenteel anders dan een verzameling cellen.
Dat soort automatisering kun je volgens Doeko niet kant-en-klaar kopen. En precies daarom is het bedrijf het zelf gaan ontwikkelen.
AGV’s en centrale spanmiddelen maken het systeem flexibel
Een concreet voorbeeld daarvan is de manier waarop Doeko met spanmiddelen werkt. In plaats van een apart spansysteem per losse cel te hebben, zijn die middelen gecentraliseerd in een centraal magazijn. Met behulp van AGV’s worden ze naar de juiste machines gebracht. Daardoor kan één pallet of klem over meerdere machines heen gebruikt worden.
Dat zorgt voor een veel hogere rotatie van spanmiddelen en maakt het systeem flexibeler. Bij uitbreiding van capaciteit hoef je daardoor niet telkens weer complete losse automatiseringscellen met eigen tooling op te tuigen, maar kun je slimmer voortbouwen op wat er al staat.
De automatisering begon echt vorm te krijgen vanaf 2018
Hoewel Doeko al langer met automatisering bezig was, kwam er vanaf 2018 echt vaart in het grotere systeemdenken. Dat had ook te maken met een subsidie uit het programma Slimme en Schone Fabriek van de Toekomst van de provincie Gelderland. Doeko won toen 200.000 euro, wat volgens het bedrijf een belangrijk startschot was om de plannen niet alleen te bedenken, maar ook echt te gaan bouwen.
Sindsdien wordt het systeem continu uitgebreid. En dat betekent volgens Doeko ook dat automatisering nooit “af” is.
Een fabriek automatiseren is een doorlopend proces
Op de vraag of er een eindpunt is, antwoordt Doeko eigenlijk ontkennend. Het huidige systeem werkt goed, maar er komen ook steeds nieuwe beperkingen boven tafel. Daardoor blijft het bedrijf doorontwikkelen. Op termijn zullen er zelfs weer nieuwe productielijnen naast komen, waarin de lessen van de huidige lijn opnieuw worden toegepast, maar dan weer anders.
Dat maakt automatisering hier niet tot een project, maar tot een continu leer- en bouwproces.
Groei vraagt ook om ruimte, klimaatbeheersing en energie-inzicht
Doeko denkt inmiddels al verder dan alleen de bestaande hal. De tekeningen voor uitbreiding liggen klaar, de vergunning is binnen en het bedrijf wil van 4.000 naar 7.000 vierkante meter groeien. In die uitbreiding komen ook cleanrooms op de bovenverdieping voor de assemblage van modules.
Interessant is dat daarbij niet alleen aan ruimte wordt gedacht, maar ook aan klimaatstabiliteit en energie. Voor Doeko is temperatuurbeheersing essentieel voor nauwkeurige productie. Tegelijk wil het bedrijf energiezuinig produceren en dus ook veel scherper kijken naar energieverbruik en slim gebruik van het energieaanbod.
De ambitie: een serieuze speler in hightech modulebouw
Waar wil Doeko over vijf tot tien jaar staan? De koers is duidelijk: uitgroeien tot een serieuze speler in Nederland op het gebied van hightech modulebouw, met een hoge toegevoegde waarde in zowel precisieonderdelen als samenstellingen.
De ideale klanten zijn volgens het bedrijf bedrijven die herhaaldelijk behoefte hebben aan mechatronische systemen, bij voorkeur met elektronica, teststappen en afregeling. Juist daar kan Doeko zijn combinatie van productie, automatisering en procesbeheersing het best laten zien.
Automatiseren vraagt meer dan een robot kopen
Misschien wel de belangrijkste les die Doeko aan andere ondernemers meegeeft, is dat automatisering veel meer is dan hardware aanschaffen. Je moet er serieus tijd voor vrijmaken, er mensen op zetten en durven investeren in het hele traject van ontwikkelen, testen, verbeteren en in gebruik nemen. Een robot kopen is nog niet hetzelfde als succesvol automatiseren.
Daarom noemt Bart ook expliciet het belang van studenten, mechatronica-opleidingen en het vrijmaken van indirect personeel om aan dit soort projecten te werken. Zonder die ontwikkelcapaciteit gebeurt er uiteindelijk weinig.
Leiderschap vraagt geloof, lef en enthousiasme
Ook leiderschap speelt daarin een grote rol. Volgens Doeko heb je enthousiasme nodig, lef om te investeren en vooral het geloof dat het zin heeft. Je moet het leuk vinden om het samen met een team te ontwikkelen. Zonder dat geloof en zonder dat enthousiasme wordt automatisering al snel een verplichting in plaats van een kans.
Binnen Doeko lijkt dat enthousiasme breed te leven. Het hele bedrijf denkt mee, ook al is er één kernteam dat de automatisering daadwerkelijk bouwt. Volgens Bart is dat ook nodig: iets engineeren is één ding, het vervolgens effectief inzetten in de praktijk vraagt betrokkenheid van de hele organisatie.
Zonder digitalisering werkt automatisering niet
Een laatste belangrijk punt uit het gesprek is de rol van digitalisering. Doeko is daar heel duidelijk over: zonder digitalisering had hun automatisering niet kunnen werken. Alle cellen zijn gekoppeld en daarboven ligt één softwareplatform, een MES-systeem, dat de hele flow aanstuurt.
Daarmee maakt Doeko ook duidelijk dat automatisering nooit alleen een robotvraagstuk is. Het gaat net zo goed over data, software, inzicht en besturing. Wie wil automatiseren, moet dus ook serieus nadenken over digitalisering.
Conclusie
Het verhaal van Doeko laat zien dat automatisering pas echt krachtig wordt als je verder kijkt dan losse machines en losse cellen. Door de fabriek als één systeem te benaderen, met centrale spanmiddelen, AGV’s, MES-software en een zelfontwikkelde flow, bouwt het familiebedrijf aan een model dat veel moeilijker te kopiëren is dan een standaardcel uit de markt.
De boodschap van Gertjan en Bart aan andere ondernemers is daarbij opvallend direct: begin, durf te investeren en maak er serieus tijd voor vrij. Want wie in Nederland hightech productie wil behouden en uitbouwen, kan het zich volgens Doeko simpelweg niet veroorloven om automatisering uit te stellen. Of zoals het bedrijf het zelf samenvat: als je het niet doet, ben je ten dode opgeschreven.
FAQ
Wat doet Doeko precies?
Doeko produceert hightech precisiecomponenten en bouwt mechatronische modules en systemen met hoge toegevoegde waarde. Het bedrijf komt oorspronkelijk uit de gereedschapmakerij voor stempels en matrijzen.
Waarom automatiseert Doeko zo sterk?
Om concurrerend te blijven met laagloonlanden, de output te verhogen, processen stabieler te maken en productie en kennis in Nederland te behouden.
Waarom doet Doeko veel automatisering zelf?
Omdat standaardoplossingen uit de markt niet goed genoeg aansluiten op de fabriek als geheel. Doeko wil niet alleen losse cellen automatiseren, maar de hele flow door de fabriek.
Welke rol speelt digitalisering bij Doeko?
Een cruciale rol. Alle cellen zijn gekoppeld via één softwareplatform, een MES-systeem, dat de automatisering aanstuurt. Zonder die digitalisering zou het systeem niet werken.
Wat is volgens Doeko het belangrijkste advies aan andere bedrijven?
Maak er serieus tijd voor vrij, zet er mensen op en durf te investeren. Automatisering is meer dan een robot kopen; het vraagt ontwikkeling, doorzettingsvermogen en visie.
