NieuwsPodcast & Video

Waarom automatisering voor De Cromvoirtse geen project is, maar een manier van denken

RE
Redactie
20 mei 2026 · 11 min leestijd

Wie automatisering in de metaal nog ziet als een los project, loopt volgens Janwillem Verschuren al achter. Voor de directeur-eigenaar van De Cromvoirtse is automatisering geen eenmalige investering, maar een continu proces dat direct verbonden is met groei, flexibiliteit en toekomstbestendigheid.

In de video podcast schetst Verschuren hoe De Cromvoirtse al jaren stap voor stap werkt aan een steeds verder geautomatiseerde organisatie. Niet vanuit hype, maar vanuit noodzaak. Personeel wordt schaarser, klanten verwachten snelheid en flexibiliteit, en de technologie ontwikkelt zich razendsnel. Dan is de vraag volgens hem niet of je gaat automatiseren, maar hoe snel je leert om dat slim te doen.

De Cromvoirtse levert geen complete eindproducten, maar de basis ervoor

De Cromvoirtse houdt zich bezig met het leveren van staal en aluminium op maat. Dat gebeurt via zagen, snijden, knippen, buislaseren en watersnijden. Het bedrijf last niets aan elkaar, maar levert enkelstuks en onderdelen waarmee klanten vervolgens hun eigen eindproducten maken, van machines en hekwerken tot boten en andere constructies.

Dat klinkt overzichtelijk, maar maakt automatisering juist ingewikkeld. De Cromvoirtse werkt met veel verschillende single parts, weinig herhaalwerk en nauwelijks lange stabiele series. Dat betekent dat standaard automatisering minder vanzelfsprekend is dan in een klassieke serieproductieomgeving. Wie hier automatiseert, moet dus flexibiliteit automatiseren.

De eerste echte drijfveer was personeelsschaarste

Volgens Verschuren werd al vroeg duidelijk dat de beschikbaarheid van mensen een structureel probleem zou worden. In de periode waarin De Cromvoirtse al veel met Poolse medewerkers werkte, groeide het besef dat ook die arbeidsmarkt niet onbeperkt zou blijven leveren. En als je die route steeds verder doorredeneert, kom je uiteindelijk op een punt waarop je wel moet nadenken over hoe je blijft produceren als de mensen er simpelweg niet meer zijn.

Daarmee kreeg automatisering een andere lading. Niet als leuke innovatie, maar als noodzakelijke stap om het bedrijf op langere termijn draaiend te houden.

Het begint allemaal met één overtuiging: het kan wel

Misschien wel de belangrijkste zin uit het gesprek is ook de eenvoudigste: het kan wel. Volgens Verschuren begint automatisering niet bij de vraag wat onmogelijk is, maar juist bij de gedachte dat er altijd wel een manier is om iets slimmer, beter of anders te organiseren. Die instelling zit diep in de manier waarop De Cromvoirtse naar vernieuwing kijkt.

Dat vraagt ook iets van leveranciers en partners. Een leverancier die te snel zegt “dat kan niet”, helpt volgens hem niet verder. Waarde ontstaat juist bij partijen die willen meedenken, willen onderzoeken en bereid zijn om samen te kijken hoe iets wel gerealiseerd kan worden, al is het in stappen.

Buiten kijken is voor De Cromvoirtse geen luxe, maar noodzaak

Een tweede belangrijk element in de aanpak van De Cromvoirtse is het actief ophalen van kennis buiten de eigen muren. Verschuren zegt daar expliciet over dat nieuwe ideeën niet alleen ontstaan door achter een scherm te zitten. Je moet beurzen bezoeken, netwerkevents aflopen en ook buiten je eigen branche kijken. Soms zit een goed idee niet in metaal, maar in hout, glas of een heel andere sector.

Hij benadrukt dat hij zelf vaak wel iets ziet bij een ander bedrijf waarvan hij denkt: dat is slim, dat zou ik in aangepaste vorm ook kunnen toepassen. Juist die houding maakt van automatisering geen geïsoleerd intern traject, maar een leerproces dat gevoed wordt door de buitenwereld.

De weg naar automatisering begon al in 2008

De eerste belangrijke stap was het webportaal dat in 2008 werd gelanceerd. Daarmee kwam een deel van de orderstroom digitaal binnen, maar dat loste nog niet het volledige vraagstuk op. Want zodra die order binnen is, begint het echte werk in de fabriek pas. En daar werd op dat moment nog veel handmatig gedaan.

Vanuit dat vertrekpunt is De Cromvoirtse de fabriek steeds verder gaan automatiseren. Niet in één grote sprong, maar in losse onderdelen die samen steeds meer een geïntegreerd geheel vormen.

De dark factory was het droombeeld, maar wel in stukjes opgebouwd

Verschuren vertelt dat er al vroeg een groter ideaalbeeld was: een klant die ’s avonds bestelt en de volgende ochtend zijn product klaar heeft liggen, zonder dat daar gedurende de nacht nog veel menselijke handelingen voor nodig zijn. Dat is de dark factory-gedachte die als stip op de horizon fungeerde.

Om daar te komen, werd het grote plaatje opgedeeld in kleinere stappen. Eerst het webportaal. Daarna een automatisch magazijn. Vervolgens automatisch laden en ontladen van machines, het uitsorteren van producten, de inzet van AGV’s, het geautomatiseerd verplaatsen van producten naar de kantrobot en uiteindelijk ook automatisch verpakken.

Dat is een belangrijke les uit het verhaal van De Cromvoirtse: grote automatiseringsvisies worden alleen haalbaar als je ze knipt in overzichtelijke tussenstappen.

Een deel van die dark factory is inmiddels realiteit

Volgens Verschuren is het beeld van volledig onbemande productie nog niet overal bereikt, maar delen ervan draaien al wel degelijk. In het weekend loopt de productie bijvoorbeeld grotendeels door. De robots blijven werken, ook buiten de reguliere aanwezigheid van mensen. Daarmee is de dark factory geen abstract idee meer, maar iets dat op onderdelen al in praktijk is gebracht.

Dat maakt de aanpak van De Cromvoirtse geloofwaardig. Niet omdat alles al perfect is, maar omdat het bedrijf zichtbaar laat zien hoe een visie langzaam operationeel gemaakt kan worden.

Groei was niet het alternatief voor automatisering, maar het resultaat ervan

Een interessant punt uit het gesprek is dat automatisering bij De Cromvoirtse niet leidde tot krimp in werk, maar juist tot meer omzet. Het succes van het bedrijf groeide mee met de technologische stappen die gezet werden. Tegelijk bleef de druk op personeel bestaan. Er zijn nog steeds veel productiemedewerkers nodig en ook nieuwe arbeidskrachten zijn moeilijk te vinden. Inmiddels werkt De Cromvoirtse met mensen uit onder meer Polen, Roemenië, Armenië en Syrië.

Dat laat zien dat automatisering in deze context geen vervanging van mensen is, maar een manier om de groei van het bedrijf mogelijk te maken ondanks structurele schaarste.

Begin bij de bottleneck, niet bij de techniek

Op de vraag waar je moet beginnen, is Verschuren opvallend praktisch. Je kijkt eerst naar waar je vastloopt. Waar zit de bottleneck? Waar ontstaat vertraging, kwaliteitsverlies of stilstand? Dat is het proces dat als eerste aandacht verdient.

Bij De Cromvoirtse zat een van de grootste eerste winsten in het beladen en ontladen van platen. Dat gebeurde handmatig, kostte tijd en zorgde ervoor dat machines onnodig stil stonden tijdens omstelmomenten. Daarbovenop kwam nog een kwaliteitsaspect: mensen worden moe, een robot niet. Waar een plaat op maandagochtend gemakkelijk geladen wordt, voelt die op vrijdagmiddag zwaarder.

Dat type bottleneck is herkenbaar voor veel bedrijven in de metaal: het zijn vaak niet de machines zelf, maar de overgangen en handelingen eromheen die de echte winst blokkeren.

AGV’s en slimme logistiek maken automatisering pas echt schaalbaar

In het gesprek wordt ook goed duidelijk dat automatisering niet alleen over machinecapaciteit gaat, maar juist ook over de logistiek ertussen. Als een plaat gesneden is, blijven er reststukken en gereedproducten over. Restmateriaal gaat terug naar het magazijn. Gereedproducten moeten per order gescheiden en tijdelijk opgeslagen worden tot ze verder de fabriek in gaan. Daar komen AGV’s en tussenmagazijnen in beeld.

Omdat op één plaat soms twintig orders tegelijk kunnen zitten, moet dat uitsplitsen en verplaatsen uiterst zorgvuldig gebeuren. Wie alleen het snijproces automatiseert zonder de interne logistiek goed te organiseren, automatiseert volgens deze logica dus maar een deel van het probleem.

Automatiseringsprojecten vallen altijd tegen

Een van de eerlijkste passages in het gesprek is de waarschuwing van Verschuren dat automatiseringsprojecten in de praktijk altijd tegenvallen. Ze duren langer, kosten meer en lopen tegen problemen aan die vooraf niet in beeld waren. Zijn nuchtere vuistregel is zelfs dat als je denkt dat een project x kost, je beter op 2x kunt rekenen.

Dat klinkt ontmoedigend, maar hij bedoelt het juist als realistische waarschuwing. Automatisering is geen glad implementatietraject. Zeker als je meerdere softwarepakketten en systemen aan elkaar koppelt, ontstaan er onvermijdelijk discussies over waar een probleem vandaan komt. Juist daarom moet je volgens hem goed vastleggen, helder afspreken en samenwerken met partijen die hetzelfde probleem echt met je willen oplossen.

AI wordt nu de volgende versneller

Waar de eerdere automatiseringsstappen vooral fysiek en logistiek van aard waren, kijkt De Cromvoirtse nu ook nadrukkelijk naar AI. Copilot draait al binnen het bedrijf en medewerkers krijgen training om de mogelijkheden ervan te leren kennen. Maar het meest concrete voorbeeld is het project Brutus.

Brutus richt zich op orders die nog niet via het webportaal binnenkomen. Tussen de 80 en 85 procent van de orders komt al via dat portaal binnen, maar sommige klanten sturen nog steeds e-mails met pdf’s, dxf-bestanden of stepfiles. Brutus leest die bestanden uit en maakt ze automatisch klaar voor verwerking in het systeem.

Dat is een slimme keuze, omdat het aansluit op een praktisch probleem. Je wilt klanten het liefst door je digitale proces leiden, maar klanten laten zich niet altijd volledig sturen. Dan moet je technologie bouwen die die weerstand opvangt zonder de klantrelatie onder druk te zetten.

Klanten willen gemak, niet jouw interne ideaalplaatje

Precies daar zit een belangrijke les. Een bedrijf kan intern wel bepalen dat het webportaal de beste route is, maar grote klanten met honderden bestanden in een order willen niet altijd alles handmatig invullen. Als jij die flexibiliteit niet biedt, zoeken ze mogelijk een leverancier die dat wel doet. De Cromvoirtse kiest er dus voor om de klant zoveel mogelijk te ontzorgen, ook als dat betekent dat je zelf de complexiteit via AI moet opvangen.

Dat maakt de digitaliseringsstrategie klantgericht in plaats van puur intern gedreven.

Zonder lerende mensen geen slimme fabriek

Volgens Verschuren heb je voor automatisering niet alleen technologie nodig, maar vooral ook mensen die willen blijven leren. De Cromvoirtse werkt met een interne IT-afdeling, maar ook intensief met externe specialisten. Tegelijk zijn de eigen medewerkers cruciaal, omdat zij het bedrijf, de producten en de klanten kennen.

Hij is daar helder over: niemand is “klaar” na school. Technologie verandert te snel en medewerkers moeten mee blijven groeien. Binnen De Cromvoirtse hoort verandering daardoor bij het normale werk. Nieuwe projecten, nieuwe systemen en nieuwe manieren van werken zijn geen uitzondering, maar een vast onderdeel van de cultuur.

Automatisering levert voor klanten vooral flexibiliteit en minder voorraad op

De uiteindelijke waarde van automatisering komt volgens Verschuren niet alleen terug in interne efficiëntie, maar juist in wat klanten daarvan merken. Als De Cromvoirtse sneller, slimmer en consistenter kan produceren, hoeven klanten zelf minder voorraad aan te houden. Dat verlaagt het risico op veroudering van materiaal, voorkomt dat liquiditeit onnodig vastzit in onderdelen en maakt het mogelijk om later te bestellen en toch snel geleverd te krijgen.

Dat is een belangrijk voordeel in ketens waarin specificaties kunnen wijzigen en waarin voorraad dus niet alleen geld kost, maar ook risico met zich meebrengt.

De waarschuwing richting Europa is hard, maar duidelijk

Aan het einde van het gesprek verbreedt Verschuren de discussie. Na een bezoek aan China ziet hij hoe snel technologie en automatisering zich daar ontwikkelen. Zijn conclusie is scherp: als Nederland en Europa niet snel genoeg aanhaken, missen we de boot. Volgens hem is dat in de markt voor elektrische auto’s al deels gebeurd. Europa moet dus sneller samenwerken, leren en handelen om concurrerend te blijven.

Dat maakt dit verhaal groter dan alleen De Cromvoirtse. Het gaat uiteindelijk over de vraag hoe de Europese maakindustrie omgaat met snelheid, technologie en daadkracht.

Conclusie

Het verhaal van De Cromvoirtse laat zien dat automatisering in de metaalsector geen strak afgebakend project is, maar een doorlopend veranderproces. Het begint met de overtuiging dat iets wél kan, groeit via kleine stappen, vraagt om kennis van buiten en wordt onderweg onvermijdelijk duurder en complexer dan je vooraf denkt. Maar juist daarom is het volgens Janwillem Verschuren iets waar je niet omheen kunt.

Voor bedrijven die zich afvragen waar ze moeten beginnen, geeft De Cromvoirtse vooral één duidelijke les mee: wacht niet op het perfecte moment of de perfecte oplossing. Kijk waar je vastloopt, haal kennis van buiten, zoek partners die mee willen denken en blijf redeneren vanuit wat wél kan. Want stilstaan is in deze markt geen neutrale keuze, maar gewoon achteruitgaan.


FAQ

Wat doet De Cromvoirtse?

De Cromvoirtse levert staal en aluminium op maat, onder meer gezaagd, gesneden, geknipt, met buislaser of watergesneden. Het bedrijf levert enkelstuks en onderdelen waarmee klanten hun eigen eindproducten bouwen.

Waarom zet De Cromvoirtse sterk in op automatisering?

Vooral vanwege personeelsschaarste, groei, flexibiliteit en de noodzaak om ook in de toekomst efficiënt te blijven produceren.

Waar begon het automatiseringstraject?

Met het webportaal in 2008. Daarna volgden onder meer automatisch magazijnbeheer, beladen en ontladen, AGV’s, kantrobots en automatische verpakkingsstappen.

Wat is Brutus?

Brutus is een AI-project binnen De Cromvoirtse dat e-mails met pdf’s, dxf- en stepbestanden uitleest en klaarzet voor verwerking in het systeem.

Wat is volgens Janwillem Verschuren de belangrijkste les?

Blijf denken vanuit wat wél kan, haal kennis van buiten en accepteer niet te snel dat iets onmogelijk is.

Terug naar home