NieuwsPodcast & Video

Zo groeide automatisering in de Nederlandse tuinbouw van idee naar succes

RE
Redactie
19 feb 2026 · 8 min leestijd

Innovatie in de tuinbouw begint zelden met technologie alleen. Vaker ontstaat verandering op het moment dat een bedrijf merkt dat de oude manier van werken niet meer volstaat. Processen worden complexer, arbeid schaarser en de druk op kwaliteit en planning groter. In het Westland werd die omslag jaren geleden al zichtbaar bij Anthura, waar automatisering niet begon als luxe, maar als noodzaak.

Wat volgde, was geen snelle digitale revolutie, maar een lang traject van kleine stappen, vertrouwen opbouwen en steeds slimmer omgaan met data. Juist dat maakt het verhaal interessant voor andere bedrijven in de Nederlandse tuinbouw: succesvolle automatisering begint niet met een machine, maar met een concreet probleem op de werkvloer.

Van traditioneel telen naar modern ondernemen

Hans Barendsen, locatiemanager bij Anthura, zag die omslag van dichtbij gebeuren. Hij komt uit een tuindersfamilie in het Westland en kende de sector nog uit de tijd waarin automatisering en digitalisering nauwelijks een rol speelden. Bedrijven werkten met ervaring, gevoel, lijstjes en veel handmatig rekenwerk.

Toen schaalvergroting en complexere teeltprocessen hun intrede deden, liep die manier van werken tegen grenzen aan. Wat op kleine schaal nog overzichtelijk was, werd op grotere schaal steeds moeilijker beheersbaar. Excel-sheets en losse systemen voldeden niet meer om grip te houden op productie, planning en kwaliteit.

Bij Anthura, specialist in veredeling en productie van anthuriums, orchideeën en bromelia’s, groeide daarom de behoefte aan een modernere manier van werken. Niet om te automatiseren om het automatiseren, maar om processen beter te kunnen sturen en toekomstbestendig te maken. Anthura profileert zich zelf als specialist in veredeling en duurzame productontwikkeling, terwijl Florinco bekendstaat als technologiepartner voor hightech oplossingen in de tuinbouw.

De echte aanleiding: te veel complexiteit voor handwerk

De kern van het probleem zat niet in één losse handeling, maar in de optelsom van alles wat tegelijk moest gebeuren. In de kas van Anthura bewegen duizenden containers met planten zich door het proces. Op één locatie gaat het om ongeveer 8.000 containers op 10 hectare teeltoppervlak. Daarbinnen spelen honderden variabelen tegelijk mee: ras, klantwens, aflevermoment, watergift, logistiek en planning.

Juist daar werd duidelijk dat traditionele werkwijzen tekortschoten. Een kweker kan veel op ervaring doen, maar zodra de schaal toeneemt en processen onderling afhankelijk worden, ontstaan er blinde vlekken. Waar staat welke plant? Welke tafel heeft wat nodig? Welke orders komen eraan? Hoeveel arbeid is daarvoor nodig?

Die vragen werden te groot om nog met losse overzichten te beantwoorden. De sector stond daarmee voor een bredere ontwikkeling die ook elders zichtbaar werd: van handmatige besturing naar datagedreven teelt.

De eerste doorbraak: water geven per tafel in plaats van per vak

Een van de eerste grote stappen zat in de watergift. In veel kassen gebeurt dat traditioneel per vak of per groep tafels tegelijk. Voor een bedrijf met een breed assortiment en veel verschillende klantvragen is dat echter te grofmazig.

Bij Anthura ontstond daarom de wens om niet langer hele groepen tafels tegelijk water te geven, maar veel preciezer te sturen. Het doel was helder: watergift op tafelniveau, afgestemd op ras, teeltfase en aflevermoment.

Die stap bleek cruciaal. Want waar een traditionele opzet al snel leidt tot planten die net te nat of juist te droog staan, maakte fijnmazige aansturing het mogelijk om gerichter te werken. Wat ooit begon als een ambitieus idee, groeide uit tot een oplossing die volgens de betrokkenen zelfs na jaren nog altijd uitzonderlijk is in Nederland.

De stap naar automatisering begon dus niet met robotarmen of AI, maar met een heel concreet teeltvraagstuk: hoe geef je elke plant de behandeling die het beste past?

Niet alles in één keer, maar stap voor stap

Dat is misschien wel de belangrijkste les uit het traject: succesvolle digitalisering komt zelden tot stand via één grote sprong. Volgens Theo Willemsen van Florinco werkte juist de gefaseerde aanpak.

Eerst moest de basis op orde zijn. Systemen moesten weten waar planten zich bevonden, welke status ze hadden en welke processtappen eraan kwamen. Pas toen dat inzicht er kwam, ontstond ruimte om verder te automatiseren.

Die aanpak lijkt eenvoudig, maar is in de praktijk vaak het verschil tussen een project dat vastloopt en een project dat blijft groeien. Door klein te beginnen, successen zichtbaar te maken en medewerkers mee te nemen, groeit vertrouwen. Pas daarna kunnen bedrijven de volgende stap zetten.

Dat principe komt ook terug in de manier waarop Florinco zijn samenwerking met Anthura beschrijft: als een langlopend traject van visualisatie, dashboards, apps en software-oplossingen die het werk overzichtelijker en slimmer maken.

Automatisering veranderde niet alleen het proces, maar ook het werk

Een hardnekkig misverstand in de discussie over robotisering is dat automatisering automatisch betekent dat mensen verdwijnen. In de praktijk blijkt het genuanceerder te liggen.

Bij Anthura veranderde het werk vooral van karakter. Routinematige en repeterende taken konden slimmer worden ingericht, terwijl medewerkers juist meer grip kregen op planning, normen en procesinzicht. Het werk werd minder afhankelijk van losse aannames en meer gebaseerd op actuele informatie.

Dat betekent niet dat er geen mensen meer nodig zijn. Integendeel. In een moderne kas blijven mensen onmisbaar, maar hun rol verschuift. Er zijn nog steeds medewerkers nodig voor productie en uitvoering, alleen daarnaast groeit ook de behoefte aan mensen die systemen begrijpen, parameters controleren en processen overkoepelend bewaken.

Automatisering haalt dus niet simpelweg arbeid weg; het verandert welke kennis en welke aansturing nodig zijn.

Arbeidstekort en regelgeving duwen de sector vooruit

De druk om te automatiseren komt niet alleen van binnenuit. Ook van buitenaf verandert het speelveld snel. Arbeid is schaars, flexibele inzet wordt ingewikkelder en regelgeving rond veiligheid en gewasbescherming wordt strenger.

Dat dwingt tuinbouwbedrijven om preciezer en efficiënter te werken. Juist daarom wordt data steeds belangrijker. Wie productie, arbeid en logistiek op tijd wil plannen, heeft realtime inzicht nodig. Alleen dan kun je beter voorspellen wat er aankomt en hoeveel capaciteit nodig is.

Ook op het gebied van gewasbescherming groeit de rol van technologie. De sector wil minder afhankelijk worden van chemie en sneller kunnen ingrijpen met biologische oplossingen. Daarvoor is vroege signalering cruciaal. Volgens Florinco wordt daarom ook gewerkt met autonome drones en AI-toepassingen die gewassen in beeld brengen en teeltdata vertalen naar bruikbare inzichten. Florinco presenteert zulke toepassingen inmiddels ook expliciet als onderdeel van zijn propositie in de glastuinbouw.

Van inzicht naar live sturing in de kas

De echte meerwaarde van digitalisering ontstaat op het moment dat data niet alleen wordt opgeslagen, maar direct gebruikt kan worden om te sturen. Precies daar zit volgens de betrokkenen de grote sprong die de afgelopen jaren is gemaakt.

Waar een traditioneel ERP-systeem vooral achteraf overzicht geeft, maakt een live systeem het mogelijk om realtime te zien waar planten staan, hoe processen lopen en waar bijsturing nodig is. Zodra die live laag er eenmaal is, ontstaan er veel meer mogelijkheden: robotisering, sortering, planning, voorspellend handelen en uiteindelijk ook stappen richting autonoom telen.

Dat is geen theoretisch toekomstbeeld meer. In de samenwerking tussen Anthura en Florinco zijn inmiddels ook sorteermachines, transportstromen en robottoepassingen gekoppeld aan de bredere data-infrastructuur. De ontwikkeling laat zien hoe automatisering in de tuinbouw vaak niet uit één oplossing bestaat, maar uit een groeiend ecosysteem van systemen die steeds beter met elkaar samenwerken.

Vertrouwen is belangrijker dan technologie

Toch zit de grootste uitdaging niet in software, robots of sensoren. Die zit in mensen.

Elke verandering in de kas raakt namelijk ook gewoontes, verantwoordelijkheden en vertrouwen. Zeker in bedrijven waar medewerkers al jarenlang op een bepaalde manier werken, kan digitalisering weerstand oproepen. Niet per se omdat mensen tegen verbetering zijn, maar omdat ze grip vrezen te verliezen.

Juist daarom werkte de aanpak met kleine stappen zo goed. Niet zestig werkplekken tegelijk digitaliseren, maar beginnen met zes. Niet direct alles omgooien, maar laten zien wat een nieuwe werkwijze oplevert. Zodra medewerkers merken dat het werk overzichtelijker, prettiger of eerlijker wordt, kantelt de houding vaak vanzelf.

Daaruit volgt een belangrijke conclusie voor andere bedrijven in de Nederlandse tuinbouw: technologie slaagt pas echt als mensen zich erin herkennen en er vertrouwen in krijgen.

Een partnership in plaats van een los softwareproject

Wat in dit verhaal ook opvalt, is dat de samenwerking tussen kweker en technologiepartner niet wordt neergezet als een klassiek leveranciersmodel. De rode draad is juist langdurige samenwerking.

Volgens de betrokkenen ontstaat echte vooruitgang pas wanneer beide kanten elkaars proces begrijpen. Programmeurs moeten weten wat er in de kas speelt. Mensen op de werkvloer moeten ervaren dat technologie niet over hen heen wordt uitgerold, maar mét hen wordt ontwikkeld.

Dat verklaart ook waarom de samenwerking tussen Anthura en Florinco al jarenlang doorloopt. Niet omdat automatisering ooit “af” is, maar omdat elk succes weer een basis legt voor de volgende stap. Die langetermijnrelatie sluit ook aan bij hoe Florinco zelf zijn cases en klantrelaties positioneert: niet als eenmalige implementatie, maar als doorlopende ontwikkeling.

Wat andere tuinbouwbedrijven hiervan kunnen leren

Het verhaal van Anthura laat zien dat automatisering in de Nederlandse tuinbouw niet begint met de vraag welke technologie beschikbaar is, maar met de vraag waar het vandaag knelt.

Is arbeid lastig te plannen?
Ontbreekt realtime inzicht?
Zijn processen te afhankelijk van losse kennis?
Is kwaliteit moeilijk constant te houden?
Dan ligt de eerste stap niet per se in een grote investering, maar in het zichtbaar maken van het proces.

Van daaruit ontstaat ruimte voor digitalisering. Daarna pas volgen slimmere sturing, robotisering en toepassingen met AI of drones.

De belangrijkste les is misschien nog wel deze: begin klein, bouw vertrouwen op en zorg dat de basis goed staat. Wie dat goed doet, ontdekt dat automatisering geen bedreiging hoeft te zijn voor het vakmanschap in de kas, maar juist een manier kan zijn om dat vakmanschap sterker, consistenter en toekomstbestendiger te maken.

Conclusie

De ontwikkeling van automatisering in de Nederlandse tuinbouw laat zich niet samenvatten als een technisch succesverhaal alleen. Het is vooral een verhaal over noodzaak, doorzettingsvermogen en samenwerking.

Bij Anthura begon het met de grenzen van Excel, handmatige planning en traditionele watergift. Jaren later ligt er een veel slimmer en meer datagedreven productieproces, waarin logistiek, arbeid, teelt en technologie steeds nauwer op elkaar aansluiten.

Dat maakt dit verhaal relevant voor de hele sector. Want nu arbeid schaars blijft, regelgeving toeneemt en de druk op kwaliteit verder stijgt, wordt automatisering steeds minder een keuze en steeds meer een voorwaarde om concurrerend te blijven.

Terug naar home