Hoe bepaal je het aanhaalmoment?
Het aanhaalmoment volgt uit M = K × F × d, met F de gewenste voorspankracht, d de boutdiameter en K een momentcoëfficiënt die vooral van de wrijving afhangt (draad + kop). De tabel toont richtwaarden bij μ≈0,14 (licht geolied) voor sterkteklassen 8.8, 10.9 en 12.9. Droog draad vraagt een hoger moment, sterk gesmeerd of met vet een lager moment — reken op enkele tientallen procenten verschil. Raadpleeg bij kritische verbindingen altijd de constructiespecificatie.
Veelgestelde vragen
Welk aanhaalmoment hoort bij een M12-bout?
Voor een M12 klasse 8.8 is dat circa 86 Nm, klasse 10.9 circa 125 Nm en klasse 12.9 circa 145 Nm (bij μ≈0,14).
Wat betekent 8.8, 10.9 of 12.9?
Dat is de sterkteklasse van de bout: hoe hoger, hoe hoger de trek- en vloeigrens, en dus het toegestane voorspankracht en aanhaalmoment.
Maakt smering verschil?
Ja, groot. Wrijving bepaalt het grootste deel van het moment. Geolied draad (μ≈0,14) vraagt duidelijk minder dan droog draad; vet of anti-seize verlaagt het nog verder.
Gelden deze waarden voor fijn draad?
De tabel geldt voor metrisch grof draad. Voor fijn draad wijken de waarden iets af; volg dan de specifieke opgave.